Boekgegevens
Titel: Volapük, dat is de wereldtaal: spraakkunst
Auteur: Schleyer, Johann Martin; Bruin, Servaas de
Uitgave: 's-Gravenhage: IJkema, 1884
Arnhem: G.J. Thieme
Opmerking: Vert. van: Volapük. - 1881
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 533 H 31
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205876
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: kunstmatige wereldtalen
Trefwoord: Volapük, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Volapük, dat is de wereldtaal: spraakkunst
Vorige scan Volgende scanScanned page
20
den moet worden, dan krijgt het adjectief als adverb den uitgang
O aan den adjectiefs-uitgang ik, dus b.v.:
ffjidl/c ,, gudikó
(het adjectief) ^^^^^ (als adverb)'
[Ter wille van de vers-maat kunnen de dichters eene o achter aan
het bijwoord toevoegen, zelfs dan, wanneer dat niet streng door de duide-
lijkheid gevorderd wordt.]
[§ 75.] 1) De telwoorden van een tot en met n e g e n
krijgen nooit het meervouds-teeken.
2) De woorden „de eenen*', ,,de tweeën'*, enz., worden uitge-
drukt aldus: ,/de getallen een", ,/de getallen twee", of met bald,
telel, enz.
[§ 76.] Al de tientallen hebben eenvoudig den meervouds-
vorm 5.
[§ 77.] Alle voorzetsels regeeren den eersten naamval
(dus geen naamval), en staan altijd vóór het substantief,
zooals hun naam zulks reeds aanduidt.
[§ 78.] Alleen op de vraag ^waarheen", ,/Waar naartoe'* re-
geeren negen voorzetsels (aan, op, achter, in, bij, boven, onder,
voor, tusschen) altijd den vierden naamval met i (meer-
voud is).
[§ 79.] Bijna ieder woord kan door een streng bepaal-
den uitgang in een adjectief, of in een werkwoord
(Gebiedende wijs, Onbepaalde wijs, Deelwoord), of in een nieuw
substantief herschapen worden, en is aan dien uitgang da-
delijk te herkennen, zonder dat men er zich in vergissen kan.
L§ Onze wereldtaal kent slechts enkelvoud en meer-
voud; dus geen tweevoud (dualis),
[§ 81.] Het werkwoord heeft in alle vervoegingsvormen
altijd dezelfde uitgangen (eindlettergrepen) voor elk der
verschillende personen van enkelvoud en van meervoud.
[§ 82.] Infinitieven, participiën, imperatie-
ven en conjunctieven heeft men in Volapük van alle
tijden (en personen). Hierin ligt een groote, zinrijke, fijne, en
toch hoogsteenvoudige r ij k d o m van vormen onzer wereldtaal.
Vergelijk het werkwoords-paradigma D.,
r§ 83.] Een lijdend werkwoord, dat is een werkwoord
in den lijdenden vorm, kan (poëtisch, ironisch) ook van o n z ij d i g e
(onovergankelijke, intransitieve) werkwoorden gevormd worden.
[§ 84.] Onze wereldtaal bezigt slechts de enkele ontken-