Boekgegevens
Titel: Volapük, dat is de wereldtaal: spraakkunst
Auteur: Schleyer, Johann Martin; Bruin, Servaas de
Uitgave: 's-Gravenhage: IJkema, 1884
Arnhem: G.J. Thieme
Opmerking: Vert. van: Volapük. - 1881
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 533 H 31
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205876
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: kunstmatige wereldtalen
Trefwoord: Volapük, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Volapük, dat is de wereldtaal: spraakkunst
Vorige scan Volgende scanScanned page
19
drukke zich ten allen tijde uit zdó eenvoudig, bondig en
d u i d e I ij k , dat werkelijk alle verstandige bewoners
van onzen aardbol zijne woorden verstaan kunnen!
In Volapük moet men de taal niet hebben, om zijne gedachten tc
verbergen, maar om die mede te deelen!
[§ 68.] Geen voor verbuiging vatbaar woord, dat
een meervoud krijgen moet en kan, mag uitgaan (dat wil zeggen :
eindigen) op een der vijf mi^klaukeil (s, j, c, , 2), omdat
het meervouds-teeken ^ achter zulk eenen sisklank ten eenenmale
onnatuurlijk is.
[§ 69.1 Substantieven als stamwoorden moeten
in de wereldtaal zooveel mogelijk slechts één lettergrepig zijn!
|§ 70.] Alle werkwoorden in onze wereldtaal herkent
men dadelijk aan de v o c a a 1 o (of ö) van de gewone laatste
verbaal-lettergreep.
I § 71.] Onze wereldtaal heeft geen a 1 b a t i e f, geen instru-
mentaal of p r e p o s i t i 0 n a a 1 (zooals het Sanskrit, Latijn
of Russisch). — Daarvoor worden de passende voorzetsels
gebezigd (meestal met den eersten naamval).
2) De eindlettergreep 0 aan de zelfstandige naam.woordcn is
zuiver adverbiaal, b.v,:
nttty nacht; neitó^ des nachts.
[§ 72.] De wereldtaal kent voorshands slechts één verklei-
n i n g s-lettergreep, namelijk den uitgang il^ b.v.:
dom^ huis; domtl^ huisje.
[§73.] 1) Alle bijvoeglijke naamwoorden, tel-
woorden en voornaamwoorden staan gewoonlijk
achtci' het zelfstandig naamwoord, waarbij ze onmid-
dellijk behooren; zij blijven daar geheel onveranderd, en
ondergaan dus geene verandering om meervoud of geslacht
of naamval aan te duiden (volk^omen als in het Engelsch).
2) Doch alleenstaande (zonder substantief), of vooraan geplaatst, of
in de poëzie, of overal waar zulks ter wille van de duidelijkheid
noodig is, moeten ze wel degelijk al die wijzigingen ondergaan.
[§ 74.] 1) De b ij w o o r d e n zijn volkomen gelijk aan de
b ij V 0 e g 1 ij k e naamwoorden (gelijk veeltijds in het
Hollandsch het geval is), en staan vlak achter het werkwoord.
2) Eischt echter de d 11 i d e 1 ij k h e i d en ondubbelzinnigheid,
dat het bijwoord van het bijvoeglijk naamwoord onderschei-