Boekgegevens
Titel: Volapük, dat is de wereldtaal: spraakkunst
Auteur: Schleyer, Johann Martin; Bruin, Servaas de
Uitgave: 's-Gravenhage: IJkema, 1884
Arnhem: G.J. Thieme
Opmerking: Vert. van: Volapük. - 1881
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 533 H 31
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205876
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: kunstmatige wereldtalen
Trefwoord: Volapük, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Volapük, dat is de wereldtaal: spraakkunst
Vorige scan Volgende scanScanned page
12
5) Vele talen klinken (voor den zang) alles behalve aangenaam;
zoo de Slawische talen, ook het Engelseh vooral, enz.
Vele talen hebben groot gebrek aan zuivere r ij m w o o r d e n;
zoo, b.v., bezit de overigens zoo schoone en rijke Duitsche taal
geen enkel woord dat goed op het zoo dikwijls voorkomende woord
„Menseh" rijmt. In dat opzicht zijn wij in het Hollandsch ge-
lukkiger, omdat onze uitspraak van dat woord niet is „mensj"
(gelijk in het Duitsch), maar zuiver „mens" als stond er geen
„ch" achter, zoodat op ons Hollandsche „menseh" uitmuntend
rijmt „grens" en menig ander op „ . . . ens" uitgaand woord.
fi) In vele talen ontmoet men belangrijke misvormingen
van eigennamen. Men denke slechts aan: Jean, Jacqties^
James, John\ Giovanni, Givseppe'^ Johannes, Jan; Jacobus,
Jacob , Ko ; Erederik , Frits ; Elizabeth , Elsje, Licsje, Betsy,
Betje; het Duitsche „Mailand" dat „Milaan" beteekent; en zoo
al meer!
7) Vele talen zijn somwijlen ongerijmd willekeurig, men zou
haast zeggen bespottelijk. Zoo onder andere onze eigene moeder-
taal , waarin „wijf en „meisje", ofschoon vrouwelijke wezens
noemende, van het onzijdig geslacht zijn; gekker nog „schild-
wacht" , welk woord vrouwelijk is, ofschoon er een mannelijk
persoon mee bedoeld wordt.
8) In bijna alle talen outbrekeu zeer vele lUeerVOlllIf^-
voriucu, of enkelvoudsvormen, of bijvoeglijke naam-
woorden, of de trappen van vergelijking (b.v. in het Hebreeuwseh),
of regelmatige telwoorden, of duidelijk onderscheidene bijwoor-
den , of tijden van werkwoorden (of de lijdende vorm er van).
Zoo, b.v., heeft de taal der Otsjipwe-Indianen van Amerika geene
Onbepaalde wijs (Infinitief); de taal der Pongue-negers van .'ifrika
mist een werkwoord, dat het begrip van „hebben" uitdrukt; enz.
Dergelijke gebreken zijn toch waarlijk niet als voordeden te
beschouwen.
Welnu, al die gebreken z ij n aan onze wereldtaal
vreemd!
9) Vele talen zijn uiterst moeielijk aan te leeren door haar
bijzonder alphafoet, dat in niets op het onze gelijkt, of door
de onregelmatigheden in hare j^pelÜDg, die aandruischen
tegen alle gezond verstand.
10) Zeer vele talen lijden aan groote onvrijheid in hare
woordvoeging (zoo, b.v., in het Fransch), of aan eenen
al te grooten, niet zelden noodlottigen o v e r - r ij k d o m van
beteekeilif^isen van een en hetzelfde woord (zoo het Latijnsche
ratio , het Duitsche Jtmtand, het Fransehc coup , het Engelsche