Boekgegevens
Titel: Volapük, dat is de wereldtaal: spraakkunst
Auteur: Schleyer, Johann Martin; Bruin, Servaas de
Uitgave: 's-Gravenhage: IJkema, 1884
Arnhem: G.J. Thieme
Opmerking: Vert. van: Volapük. - 1881
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 533 H 31
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205876
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: kunstmatige wereldtalen
Trefwoord: Volapük, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Volapük, dat is de wereldtaal: spraakkunst
Vorige scan Volgende scanScanned page
10
die blijken mochten regeling te beboeven, uitvoerig besproken
en vastgesteld worden.
NB. Wanneer men de nommers 3 en 4 van § 4 naleest, zal men be-
grijpen, dat de schepper van de nieuwe wereldtaal eene geheel andere roe-
ping had, dan wij, die deze spraakkunst enkel voor Nederlanders schrijven.
Om Volapük toegankelijk te maken voor Nederlanders, die geen Duitsch
kennen, is in het oorspronkelijke werk letterlijk niets gedaan, zoodat de
oorspronkelijke tekst tot hiertoe slechts ten deele te volgen was. Vandaar
dat wij aan het einde van Hoofdstuk II slechts tot eene indeeling in 31
paragrafen zijn gekomen, terwijl het oorspronkelijke zijn Hoofdstuk II be-
sluit met
HOOFDSTUK IIT.
Dit hoofdstuk bevat slechts drie paragrafen.
[§ 49.] Spelling {Lotogaf),
[§ 50,] Over de juiste spelling in Europa.
{Tefii lotogaf yulopik,)
[§ 51.] Geleidelijke invoering [in de moedertaal van ieder
volk] van de schrijfwijze met Volapük-letters.
{Nindul-cm pianik tonahas volapüka,)
NB. De schepper van de nieuwe wereldtaal heeft vele (en wij erkennen
volmondig zeer gegronde) bezwaren tegen de spelling van eene menigte
door hem opgesomde talen. In zijn Hoofdstuk III doet hij een beroep op
de regeeringen der verschillende landen en op het gezonde verstand der
volken, om alles wat hij in de spelling van iedere taal verkeerds aanwijst
te veranderen en daarvoor langzamerhand de letters van het Volapiik-
alphabet ook in de moedertaal in te voeren. Dit nu zal denkelijk wel tot
de vrome wcnschcn blijven behooren, en bij de aanlecring van Volapük
hebben wij die beschouwingen niet noodig.
AVij hebben dan ook het NB aan het slot van ons Hoofdstuk II en dit
geheele Hoofdstuk III slechts hier opgenomen, dewijl het ons om meer dan
één reden wenschelijk toescheen van nu afaan in ons werk (wat de hoofd-
stukken cn j)aragrafcn aanjjaat) gelijken tred te houden met het Duitsche
werk, zoodat ook wij nu Hoofdstuk IV kunnen aanvangen met § 52.