Boekgegevens
Titel: Volapük, dat is de wereldtaal: spraakkunst
Auteur: Schleyer, Johann Martin; Bruin, Servaas de
Uitgave: 's-Gravenhage: IJkema, 1884
Arnhem: G.J. Thieme
Opmerking: Vert. van: Volapük. - 1881
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 533 H 31
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205876
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: kunstmatige wereldtalen
Trefwoord: Volapük, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Volapük, dat is de wereldtaal: spraakkunst
Vorige scan Volgende scanScanned page
96
haar reeds gezongen hebben. iJie beminnen haar eiken dag meer,
en wenschen elkander geluk met haar. \Yie zou dit niet gelooven ?
AVat zal hiervan niet naar ziju? Welke man van verstand zou
daartegen „neen" kunnen zeggen?
10) Waar, hoe en in hoeverre zoude deze onze taal kun-
nen schaden? Degenen, die haar verstaan en spreken, zijn op de
ganse he aarde tehuis. ^Men kan iedereen daarmede verstaan,
al ware men ook drie duizend mijlen ver weggereisd. Niemand
is hier met deze taal vreemd; nergens een geleerde, die berouw
heeft deze taal geleerd te hebben. Dat allen , wie het w e 1 z ij n
en de eenheid der menschen lief is, deze taal aanleeren,
spreken en bevorderen!
11) Hoe hebt gij uwe zaken geëindigd? Goed! Zijl gij van-
daag in de stad geweest? Zijt gij gisteren naar het bosch gegaan ?
De hoofdzaak voor ons moet altijd liefde tot den evennaaste zijn!
Vrienden en vijanden zijn (dat is: heeft men) lief te hebben. Ja,
mijnheer! Of misschien niet? Zeer zeker, mijne boezemvrienden!
Dc Natuur is eene goedige moeder. De avondster schittert reeds
aan den hemel. Niet, dat er vele menschen op aarde zijn, maar
dat zij, die er zijn, goed en gelukkig mogen wezen, is een
der voornaamste grondregels voor het geheele menschdom. De vijf
werelddeelen zijn: Europa, Azië, Afrika, Amerika en Australië.
Dc zeven dagen van de week noemt men: Zondag, ^Maandag,
Dinsdag, Woensdag, Donderdag, Vrijdag en Zaterdag. De twaalf
maanden des jaars heeten: Januari, Pebruari, Jlaart, April, Mei,
Juni, Juli, Augustus, September, October, November en De-
cember. De drie hoofdkrachten der ziel noemen wij: verstand,
gemoed en wil. De vier hemelstreken zijn: Oost, Zuid, West en
Noord. De vier jaargetijden noemt men: lente, zomer, herfst en
winter. De eensgezindheid is onze zege; de deugd het ware geluk
van alle mensehen; de ondeugd slechts ongeluk. Houd vast (aan)
dc zeven groudre^ell»: van de waarheid, de vrijheid, het
recht, de zedelijkheid, de godsdienst, het goede en de heilige liefde.
[§ 235.] Woordelijke vertaSing uit de wereld-
taal in het Hollandsch.
(Lovepolam tonabik volapükikosa iu nedanikosi.)
Nek \eiomok hlami'm vilikum, ka kei hinom digik
Niemand laat zich laken gewilliger, dan die is waardig