Boekgegevens
Titel: Volapük, dat is de wereldtaal: spraakkunst
Auteur: Schleyer, Johann Martin; Bruin, Servaas de
Uitgave: 's-Gravenhage: IJkema, 1884
Arnhem: G.J. Thieme
Opmerking: Vert. van: Volapük. - 1881
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 533 H 31
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205876
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: kunstmatige wereldtalen
Trefwoord: Volapük, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Volapük, dat is de wereldtaal: spraakkunst
Vorige scan Volgende scanScanned page
95
had hij minder vrienden dan nu, nu hij duizenden geldstukken
bezit.
7) Frans heelt eenen vriend en eene vriendin, /ij -is beter clan
hij. Gij, kent gij hem niet? Ik, ik weet wat bij doet. Hem te
leeren kennen — dat is niets aangenaams. Verstnat gij bet? Men
kan liem niet zeer achten. Men moet zich voor bem in aclit
nemen. Gij moet liem leeren kennen! AVij echter raden u dat niet
aan. Gij misschien? Zij, namelijk onze broeders, hebben nooit
van hem gehouden. Zijne zusters, ook zij sjiraken weinig goeds
van liem, cn kwamen zelden bij hem aan huis. Ik raad u, hem
niet te vertrouwen. U draagt hij ook weinig achting toe. Zijne
wenschen, ik ken die. Mijne vrienden (verlaal: de vrienden vau
mijl weet ik te waardeercn. Men moet iemand (accusiitief van
o)t cz:: men) niet tc erg straflen. Het slechte kan nooit gelukkig
maken; men moet het (datief vau os) nooit vertroïiwcn! Hebt
gij u heeft u zich) in de stad eenen nieuwen hoed gekocht?
Heeft men u daar goed behandeld? Ja of neen?
8) Zijn broeder is een koopman. De hond van uwen neef is
zeer mooi. Mijnen raad moogt gij wel volgen. Hare (enkelvoud)
kleedereu zijn nieuw. Eens andermans (genctief vau ou of ek)
dingen moet men niet nemen! Lichtelijk misleidt men zich in
zijne eigene {oklk) dingen. Het slechte is zeer dikwijls zijn {osik)
eigen wreker. Het uwe {onsikos) bevalt mij, als het mijne. De zijne
(dit doelt op „zuster"') is ziek. Onze ouders waren altijd vrienden
geweest. De deugden der uwen waren aan allen bekend. Hare
(meervoud) bloemen bloeien mooi. Hunne paarden renden zeer
snel door de stad. Het hun zeiven toebehoorende {osikosi) moeten
allen verlangen! Dc huizen van onzen vader waren groot. Zijnen
eersten vader kendet gij niet meer. Den man van hare (enkelvoud)
zuster vond men dood. Geef aan het slechte zijnen {pslk) waren
naam! Uwe vlijt beloonen wij met blijdschap. Niet al hunne da-
den zijn te roemen. Hebt gij mijne boeken gelezen? De klank
van uwe (enkelvoud) liederen verrukte ons; die van ulieden ins-
gelijks; aan de zijnen gewerd minder lof.
9) Deze onze wereldtaal zal allen mensehen groot nut
aanbrengen. Wie haar niet acht, kent het doel er van niet. Zulke
mensehen hebben een bekrompen hart. Zij zullen zich zeiven scha-
den, evenals anderen. Diegenen kennen hare waarde, die haar
leeren en spreken. De volle, heldere klank van deze taal maakt
haar ook liefelijk voor den zang. Dit gelooven al degenen, die
(*) dat is : van de wereldtaal.