Boekgegevens
Titel: Beschouwing der wereld, bestaande in vyftig konstige figuuren, met godlyke spreuken en stichtelyke verzen
Serie: Jan en Kasper Luiken's werken, dl. 7-8 no. 36-37
Auteur: Luyken, Jan
Uitgave: Leiden: A.W. Sijthoff, 1890-1891 *
Oorspr.: 1708
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 337 F 4,5
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205869
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: godsdienstige opvoeding
Trefwoord: Bijbel, Emblemata (teksten), Gedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beschouwing der wereld, bestaande in vyftig konstige figuuren, met godlyke spreuken en stichtelyke verzen
Vorige scan Volgende scanScanned page
152 BESCHOUWING DER WERELD.
Zo dat hy zyne gangen schikke,
Waar heen den vinger Gods hem wyst.
Door 't spoor der deugdelyke wegen,
Na 't land, van allen vollen zegen.
Het land van allen overvloed;
Wiens burger nimmer heeft te schroomen,
Dat ooit een hongersnood zal komen.
Dat zalig land, van eeuwig goed.
Is 't honger-zwaard zo scherp in 't snyden,
Hoe hoord het leven dan te myden,
(ó Mensch! deze overwaag is groot.
Na 't vette jaar van welbehaagen,
In deze korte levens dagen,)
't Gevaar van eeuw'ge hongers nood!
Want die den Schepper aller spyze.
Het waare brood der waare wyzen,
Ontbeeren zal in zyn gemoed,
Hoe zal die grond zich ooit verzaaden?
Daarom ó Mensch! zoekt Gods genade.
Op dat gy eeuwig word gevoed.
Spreuken X: 3.
De Heere en laat de ziele des rechtvaardigen niet honge-
ren ; maar de haave der godloozen stoot hy wech.
Jezaias LXV: 13.
Daarom zeid de Heere Heere alzo, Ziet myne knechten
zullen eeten, doch gy-lieden zult hongeren: Ziet, myne