Boekgegevens
Titel: Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Auteur: Vloten, J. van
Uitgave: Amsterdam: Schadd, 1864
Nieuwe uitg; 1e uitg.: 1852
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, 113: NED 398.87
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205857
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 79 —
„Doen ie Parijs driewerven wan,
Dat dede ie in vromen strie,
Mer ghi wilt die edel stat van Brugghe,
Winnen mit verraderie."
Doen si binnen die porte quamen,
Processie quam hem te ghemoete.
Dat eruiee sprane in vier quartieren.
Al voor des prineen voeten.
„Och, edel here van Vlaenderlant,
Hebt doch Gode voor oghen!
Dat glii Brugghe wilt poelghieren,
God en salts niet gliedoghen."
„Och, edel here van Lelidam,
Hoe eoerat ghi nu dus blode?
Doen ghi Parijs driewerven wont,
Ghi en dedes niet so node."
„Doen ie Parijs driewerven wan.
En was ie in ghenen node, ,
Mer voorwaer so ben ie nu.
Die Brugghclinghen sullen mi doden.
Men halc mi broot ende wijn,
Ende wilt mi drinken gheven!
Het sal mijn laetste maeltijt siju.
Te Brugghe worde ie versleghen."
Doen drane mijn here van Lelidam,
Hi beval hem selven te Gode,
Mer eer den dach ten avont quam
Was hi in groten node.
Doen si bi die vrijdachsmcret quamen.
Si moesten hem doen ghenieten.
Die Pycaerts spanden haer boghcn snel,
Ende ghinghen so scer scliieten.