Boekgegevens
Titel: Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Auteur: Vloten, J. van
Uitgave: Amsterdam: Schadd, 1864
Nieuwe uitg; 1e uitg.: 1852
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, 113: NED 398.87
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205857
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 78 —
1437.
I^iälc-Adam.
Het was op eneu disendach,
AI in de Sinxen-daglien,
Dat grave Philips van Vlaenderlant,
Op Hollant wilde varen.
Hollant, dat en meende hi niet.
Het was Brugghe, die edel stede reine:
„Mijn heren, blijft mi alle gader bi,
Ende ghi ruiters, groot ende eleiue!"
Doen si bi der stede quamen.
Een mile buiten der vesten.
De Meehelaers trocken besiden af.
Si en MÜden op Brugghe niet vechten.
Mer doen si quamen bi sinte Andries,
Al in die velden groene:
„Mijn heren, blijft mi alle gader bi,
Ghi ruiters, stout ende coene!"
Si ontwonden banieren ende standaert.
Al voor sinte Magdalene:
„Elc man si vier mannen waertl
Dat is Hollant dat ie mene."
Doen sprac mijn here van Lelidam:
„Here, wat wilt glii maken?
Daer gaet so menich frisch edelman
Te Brugghe al op die straten."
„Och, edel here van Lelidam,
Hoe coemt ghi nu dus blode?.
Doen ghi Parijs driewerven wont
•Ghi en dedes niet so node."