Boekgegevens
Titel: Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Auteur: Vloten, J. van
Uitgave: Amsterdam: Schadd, 1864
Nieuwe uitg; 1e uitg.: 1852
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, 113: NED 398.87
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205857
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 77 —
Men iuyde storm met hacsten groot;
Sy lieten weten haren noot:
üntset dat sy begeeren;
Maer dbolwere was terstont al vier,
Sy en eostens niet gheweren.
De daeh vergine, de nacht quam aen,
Wij moesten tstormen laten staen.
Die sentters achterhielden;
liet was op davontuere ghcdacn
Oft sy noch scermutsen wilden.
Neensy niet; sy waren vro
Ende blyde, dat hem vergiuc alsoo;
De nacht hiel hem hacr leven;
Want hadde dc dach iet langher ghcduert
Sy waren daer alle bleven.
In beyder syden blcefer doot,
(Godt help den sielen uter noot!)
Voert sieken ende ghewonden.
Die voor trecht gliestorven sijn bloot.
Die worden salich vonden!
1433.
Te CVIiCnbVrCli binnen MVeren
sLoeCh lan ^ In den VVInt.er bVeren;
Doet een af in 't getal,
Ghy vint den datum al.
1 Heer Jan van Kuilenburg (1422 —1452), dezelfde, aan v/ien dc jonk-
vrouw van Benlen , toen liij hare hand voor den Ijroeder iljner over-
ledene vrouw kwam vragen, ton antwoord gaf: ,,wat wildy van Jaa
Gemen kallen, kalt van u selven"; ,,ende" zpgt de kroniek, ,, wordeu
des opten daghe eens mit malcanderen , eude voerdesc aller hem op sijn
peert te Weerd, op sijn selfs slot, ende bebicltse." (Origines Culemhur-
gicae hij Mallh. Anal. i. p. G29). Buren was den Hoekschea toegedaan,
als Heer Jan den Rabeljaauwschen.