Boekgegevens
Titel: Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Auteur: Vloten, J. van
Uitgave: Amsterdam: Schadd, 1864
Nieuwe uitg; 1e uitg.: 1852
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, 113: NED 398.87
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205857
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Vorige scan Volgende scanScanned page
- 75 -
cloc-clepels van den torcc den Mechelers opt hoot. Dit
stormen duerde tot op den avont, soo dat sy ten lesten
sceydden. Van den gheseille wert dit lieken gliedielit:"]
Ghy heeren van Bruesele, \vy makens u vroet,
Dut ghy n harnas ane doet,
Ende spriet uyt uwer muyten;
D soudeniers die seyuen verwoet.
Doch en willen op ons niet ruyten.
Den seamelen dorplieden ghy verbiet
Dat sy ons tetene brengen iet,
Al willen wy wel beta cn.
Ghy scijnt ons vrient, ghy cn sijghes niet;
Wy sullent noch self comeu halen.
Die van Antwerpen laghen ooe stränge
Int wiel, op dwater, herde lange;
Die Mechelers en mochtender niet comcn;
Maer sint dat wij ons bargien hadden,
En hebben wy niemant vernomen.
Wy trocken eens met snikken uyt;
Üpt water hoorden wy groot ghcluyt
Van Gielis Sanders knechten;
„Her, hoeresoons! ghy Mechelers ruit!
Wy willen teghen u vechten."
AVilleken Backhijs dat vernam;
Peeter do vorster, die sprac gram:
„Set ons aen dlant gheringhe!
God weet, wy en sullen geen hocrensoens sijn!
En laetter geen verdinghen!"
Wy sloeghen de riemen in don plasch;
Wy roydcn aen, wy waren ras;
Te lande wy gheraeeten.
Doe dit dander ghewaerscout was,
Thuyswart sy haer macctcn.