Boekgegevens
Titel: Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Auteur: Vloten, J. van
Uitgave: Amsterdam: Schadd, 1864
Nieuwe uitg; 1e uitg.: 1852
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, 113: NED 398.87
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205857
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Vorige scan Volgende scanScanned page
- 74 -
1432.
Slechelci) eu llrussel In strijd.
[Anno 1432 werdt so dieren tijt, principael van corc-
ne, dat die van Brabant verboden, dat men gheen eoren
nyt Brabant vueren en sonde, noeh laten vneren; waer-
mede de stadt van Mecbelen seer benant was; want de
veertele rox gout daer 6 peeters, die men in Brabant tot 3
peeters kochte. Hieromme ghinghen sommighe poorters van
]\Iechelen op de dorpen in Brabant, coopende daer hey-
melijc coren, ende brachtent te Mechelen. Als die van
Brabant dat vernamen, hnerden zy die meyers, preters, ende
dierghelijke, ende deden die Mechelers op de dorpen
wachten, ende namen dat coren dat sy by haer vonden.
In deser manieren wachten ooc die van Antwerpen haren
bnet op dwaler te scepe. Die van Brnesele wachten den
'haren te Ruysbroec, omdat sijt ooc op Vlaeuderen scut-
ten mochten; maer al dit wachten quam op een quaet
ende; want die stat van Mechelen maecte bargien toe met
volke, die die van Antwerpen ghinghen besueken; maer
die van Antwerpen ontliepent seer scandelijc , so dat sy
al haer harnas ende ghetuyghe af wirpen, cn lietent den
Mechelers wechdraghcn, die dat vercochten, ende maec-
ten metten ghelde nien grau clederen met eende leverye.
Daerna trocken sommighe heeren uyt, Mechelen, met
den scutters ende ander volc, tot lluysbroec, daer die
Brnesselers ende haer soudeniers ooc haren buet wachtten,
die seer onversiens die Mechelers saghen comen, ende
liepen naer den kerckhof, dat seer wel begraven ende gc-
bolwerct was. Maer, eer sy daer al binnen mochten co-
men, werden sy achterhaelt, ende sommighe over doot
ghequetst, so dat sy den kerchof verlosen, ende vloden
op de kerke, daer sy grote were deden met scietene endo
worpene, als dat daer sommighe Mechelers ooc doot ble-
ven int bestormen; want sy die Brucselers afrooken wil-
den; die hem seer vromclijkcn weerden, cndc worpen die