Boekgegevens
Titel: Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Auteur: Vloten, J. van
Uitgave: Amsterdam: Schadd, 1864
Nieuwe uitg; 1e uitg.: 1852
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, 113: NED 398.87
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205857
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 416 —
Waut nu een langh bestant, vereiert met s' vrydoms hoet,
Dan namaels d' overhandt veel hoogher is te weerden j
Dus biddet ende pijnt, dat, door uw 's levens boet.
God sy in d' heemlen eer, den menschen peys op eerden!
Gom bestand, 's peys voorbood, ghy meer dan welkom sijt.
Wil over 't Nederlandt uw vreuchdenvaen ontvouwen,
Ghy Lucifers gesant, oorlogh vermaledijdt,
Moeder des ongelucks, vertreck uyt ons' landouwen,
Ghy hebt ons al tc langh uw' bittren dranck ghebrouwcn,
En door n wreede handt vergoten 's menschen bloet.
Dus, o vereeuighd' volck, schept nu een goeden moet,
Sy sijn te schand gheraeckt die u soo seere deerden,
Maer denkt uiet dat alleen door uwe maeht of goet, —
God sy in d' heemlen eer, den mensehen peys op eerden!
O Prineen Christclick, u t' onser hulpe spoedt,
tSchip ons' Gemecnen-Bests, door uwer gunsten vloedt,
Brenght op s' peys stille ree, en matight soo uw sweerden.
Dat door heel Christcnrijck, op een bequamen voet,
God sy in d' heemlen eer, den menschen peys op eerden!
Peys, maer een goeden peys, verleen in onse daghen,
O Heer! want die alleen van dy hercomen moet;
Voor een tweed' oorloghe, voor heymelick' aenslaghen.
End' voor inlandtschen twist 't Vereende Land behoed! —
VIL
O Nederlanders! die zoo lang om ruste riept,
En noit gerusten slaap in veertieh jaren sliept,
Rust nu een goede poos met matelijk verblijden,
Doch op uw hoede blijft wel van der Stalen zijden;
Laet u 't Bestand de schrik en angst ^en deel ontslaen,
Maer vrylijk hangt Vermoên en Sorgh (uw) Waghen aen.