Boekgegevens
Titel: Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Auteur: Vloten, J. van
Uitgave: Amsterdam: Schadd, 1864
Nieuwe uitg; 1e uitg.: 1852
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, 113: NED 398.87
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205857
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 5 —
VL
Suit ghy, 0 Nederlant, dan nu eens sien den tijt.
Den langhghewensehteu tijt by jonghen en by ouwen ,
Dat ghy van 't bloedigh sweert van suit sijn ghevrijdt,
Welck u! eylaes! soo langh gehouden heeft in rouwen ?
O, God ghevo dat sulcks ghesohic ter goeder trouwen,
Dat 's vredes olijftaek gheeu sehr.edlick' adders hoed',
Maer dat het langh bestant een vollen peys uitbroed'.
Een peys, die ecuwichlick bevrijden mach uw' hoerden.
Opdat soo d' oorlogh weer vertrcck in d' heischen gloet; —
God sy in d' hecmlen eer, den menschen peys op eerden!
O wee het volck dat steeds des oorloghs plagien lijdt.
En hoort den donder van musketten en cartouwen!
O, wel het' volck dat steeds ins peys aenschijn verblijdt!
tMach in een veylge rust haer vaders erven bouwen;
Maer moet men niet weerom sich op d' oorlogh betrouwen.
Als ons d'onvaste peys meer quaets dan d' oorlogh doet.
En 'tveeljarigh bestaudt becommert 's lands voorspoet?
Maer moet men weerom oock den' vrede niet acnveerdcn,
Als door een goet verdrach 's lands vrydom werdt vergoedt ? —
God sy in d' heemlen eer, den menschen peys op eerden!
Het is nu veertigh jaer, dat ghy u selfs bestrijdt,
Onsinnieh Ncderlant, cn, sondcr te verllouwon.
Do heele Christenheyt tot ecu tooneel ghedijdt,
Wacr menich treurspel haer voor ooghen wordt gehouwen;
Het scheen ghy d' oorlogh hadt voor eeuwigh moeten trouwen,
Macr, siet, men u altlians, in plaets' van peys, voordoet
Ecu langdurigh bestant, 't welcc cencn vrede voedt,
Eu is den besten weeli tot peys, dien wy begeerden;
Dus, o landsaten, singht, met een dauckbaer ghemoet:
God sy iu d' heemlen ecr, den menschen peys op eerden !
tis beter, ghy d' oorlogh door een bestandt nu slijt.
Om voorts des armen volcks bloetstortinghe te schouwen,
Dan dat ghy langher u na d' overhand bcvlijt.
Om s'oorloghs twijfligh cynd met meer bloots te bedouwen; '
De groene lauwerkroon is lieflickcr t' aenschouwen,
' Dau, de bleeck' olijfkrans, maer haet vrucht niet soo soet;