Boekgegevens
Titel: Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Auteur: Vloten, J. van
Uitgave: Amsterdam: Schadd, 1864
Nieuwe uitg; 1e uitg.: 1852
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, 113: NED 398.87
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205857
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 412 —
Looft Godt den Heer, Die ons mi heeft ghcghoveü;
Peys, vrede, en bestant; Bewijst hem eer.
Lof, prijs, en danek verlieven! dAmbassadeurs ghesaudt,
Wt Vranckrijck en Enghelandt, Ende oock wt Dcuemercken,
Sy hebben nu den peys, bestant, dAccoort ghesloten sterekeu.
Ter eeuwighor memori, Soo moeten al haer namen
Ghcmelt zijn openbaer; Prijs, eer, en glori.
Met grooten lof haer famen Sijn weerdich vertelt macr.
Die Vikaren daer ghesant, Dees edele heeren,
Om peys, bestant, en vrede claer. Met vricntschap t'accor-
decrcn.
Sijn Excellenci, Marquis Spinola verheven,
Hy heeft sonder respijt, Groote dcligenci,
Ghetoont en oock bedreven. Om d' oorloch cn strijt
Ons te makon quijt, Wt die seventhien landen,
Godt lof! 't is uu gheschiet subijt. Door de hceren mot ver-
stande.
Prijs, lof, eer jent Moet al decs hoeren wesen,
Daer toe vercoren zijn Mijnheer dc President,
Metten Audiencier ghepresen, Mancicidor fijn.
Lof den Heer devijn! Minnebroeder Jan Ney
Was den bode van den peys, Met pijn reet over berghen en hcy.
Oorlof voor al, Wilt Godt den Hecre loven
Voor zijn ghenade goet! Belgiea nu sal.
Die scheen, gheheel verschoven. Te legghen onder dc voet.
Nu weer met voorspoet. Met vrede triumplieeren,
In neering, welvaert, overvloet; Amen, o Heer der Heeren!
IV.
(Krijgcrs-klacht.)
Mayken, mijn licif, wat sullen wy maken,
Valemedios, in dit bestandt?
tBringht quade neringc al in de saken;
„Si Signore, ruymt het laut."
Elders te gaen, 'twaer groote scant,
Naer huys te comen naeckt ende bloot,
Soo laet ons spelen, Al sonder quelen
Schabbeken wt, het spout in noot. *