Boekgegevens
Titel: Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Auteur: Vloten, J. van
Uitgave: Amsterdam: Schadd, 1864
Nieuwe uitg; 1e uitg.: 1852
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, 113: NED 398.87
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205857
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 408 —
Eick dat publicccreu sacli;
Voor alle man ten toone.
Och prince, looft Godt, den autheur
Van alle dese saken !
Dat wy doch, tot ons faveur.
Den peys oock moghen smaken;
Int hemels palleys ghelijckelijck,
Daer Godts liefde groeyt seer rijckelijck,
Dat wy daer moghen raken!
IL
0 Belgica, bloemc pleysant, Lecft nu vry sonder trueren,
Want ghy soe lange aen eenen kant. Hebt geleeft ingroot erreuro
En dat door die oorloge wreet en fei, Die u schatten en scheir-
den en was rebel,
tEn mach haer niet meer gebeuren.
Dat heeft geduert zoe langen tijt, Omtrent de viertich jaeren,
0 Nederlant, weest nu verblijt, Wilt vreugde openbaeren,
Al hebt gy lange gekcrmt, geelaeght, Oorloge wort nu van u
Leeft nu vry sonder beswaeren. (verjaegt.
Wat zuldy nu gaen maken al, Mars' dienaers al te samen,
Die daer menich zijn in getal, Zy mogen haer wel schamen;
Wat hebben sy bedreven int Nederlant? — Gestolen, gerooft.
Dat zijn haer beste famen. (gemoort, gebraut.
Vrouwen en dochters geschoffiert, Dat waren haer beste
wercken,
Steden cn dorpen gepiliecrt, Te verbranden huysen cn kercken,
Eick moeste sijn lijf rantsoenen saen. Meer als den Turck oyt
Christen heeft gedaen,
Hoe kan men daer dcucht wtmaeckcn?
Dit zijn al de vruchten claer. Die van d'oorloge sijn gecomen,
Menich mensche doen suchten swaer, Ilacrkoeyen en poerden
genomen,
Sy zeiden 't was al crijchsgebruick, Sy hadden het coren groen
Wat macht haer nu al vromen ? — (van den struick.
Sy moghen 't wel beclaghen seer. Dat orloghe moet verharen,
Haer groote gagics en loopen niet meer, Van alle Mars dienaren,
Het moester al teren op den boer, Capiteyn, soldact, knecht.
Al die int Nederlant waren. (en hoer.