Boekgegevens
Titel: Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Auteur: Vloten, J. van
Uitgave: Amsterdam: Schadd, 1864
Nieuwe uitg; 1e uitg.: 1852
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, 113: NED 398.87
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205857
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Vorige scan Volgende scanScanned page
— Gi —
Sonder -mj' vrouwen, maecten groet gelach;
Maer elc hielt enen wenende leeu
• Op eiken stapel; soe wiese ane sach,
Haer cledinghe waren witter dan die snee.
Dierste vrouwe sprac: „Mi verblijdt den sin.
Om dat ic hete Gerechtichcit.
Gheraden hebbic den here mijn.
Die hier nu in baren leit;
Alle onrecht heeft hi ontseit;
Ic was gherechtech altoes in hem;
Dies draghic sine ziele in een suver cleit.
Nu doet u daghe, leeu van Byhem!" i
„O edele vrouwe, ic mach wel claghcn;
Want ic bi hem dam ter rechter ziden;
Soe doet die keyser, ende al mijn maghe.
In Vrankerijc saels mcnech rouwe liden.
Die coninc, sijn heren, ende die mesnieden,
Ende die edele coninghïnne vau Inglant.
Soe moghen si emmermeer verbilden;
Want hi hem allen groete sant."
Al lachende sprac die ander vrouwe:
„Waerom mesbaerdi al soe sere?
Ic ben gheheten gherechte Trouwe.
Verwaert soe helibic desen here,
Dat hi es bleven in sijn ere,
W^ant men hem nie onghetrouwe en vant:
Dies behoudic sine ziele met Onsen Here.
Nu doet u daghe, leeu van Brabant!"
„Ach! vrouwe, ic daghe u minen here.
Je hebbe verloren mijn behoedre:
Ic duchte hi mi te vroech es doot:
Hi behuede mi vaderlic aen mire moedre;
1 Wencelijns vader, graaf Jan van Luxemburg , was rad de crfdocli-
ter van Boheme gehuwd geweest.