Boekgegevens
Titel: Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Auteur: Vloten, J. van
Uitgave: Amsterdam: Schadd, 1864
Nieuwe uitg; 1e uitg.: 1852
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, 113: NED 398.87
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205857
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Vorige scan Volgende scanScanned page
- 397 -
Voor 'i kacrdspcl end' lierbcrch; maer zo eeu koopman slecht,
IIuu ocnich geit oft wacr heeft op geloof verlaten,
Het: zijn arm kalisen, de man verliest zijn rocht, Quia non esL
Beschuldichtse voor recht van dieftc dijner vruchten.
De richter dijn bewijs- aeuhore, voor gewis
Ghy verliest het proces; want 't-zijn maer qua geruchten.
Met valsche eeden zij betuygen, dat het is Alius,
Zij hebben 't ceuwichlijck op onzen dienst geladen,
EAd' zijn doodt vijanden van d* armen oorloochs-man,
Hoe menich vroom soldaat is van hun oyt verraden.
Ja heymelyck vermoort? 't is waer, men zeggen kan Qui?
Wij hebbeu somtijds wel van haren kost genuttet,
Uyt grtoi hongers noodt, dat staet den krijehsman vrij.
Die hun voor het gewcldt der vyanden beschüttet.
Zo hy zich des bcklaeclit, d' huysmau zelf krijehsman zij; PugneL
Wij weten hoe fraey zy de lorren können dracyen,
Ontsfelendc 's landts recht, met schalckheyt end' bedroeh,
Zy doen wel hun profijt met alles wat zy maeyen,
Maer hebben kruys noch munt, voor d' eygenaren, noch
Pro nohis.
Dit trouweloos gheboefft deur d' oorloogh werdt benouwet.
Wij krijchsliên stralfen hun,-na dijn gherechticheydt
End' haer verdiensten. Heer! want ieder man aenschouwet.
Dat niemandt hun dees roed' des oorlooehs heeft bereydt,
fiid tu.
Wil dees snoo boeren weer in d' eersten staet herstellen.
Hervorm huu dubbel hert van allen arghelist.
Dat zy hun handel voorts met trou end' eer verseilen,
Vermorv hmi straff ghemoedt, want du almaehtich bist, Beus!
7^0 zullen zy welhaest dijn toornicheydt zien swichten.
End' tgantsche Nederlandt van 's oorlooehs placch bevrijdt.
Zo zullen wij ons meed' ten laudtbouw gaen verplichten.
Opdat alsdan oock zy de wecld' end' goede tydt Noster.
Zo zullen wij na wensch geraecken tot een eynde (last;
Van ons armoed', end' 't landt van 't Spaensch juck zien ont-
Och, ofP't de vyandt slechts iu goeder trouwe meynde,
tBcgin dick wel behaeght, maer 'teynde draegt de last!