Boekgegevens
Titel: Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Auteur: Vloten, J. van
Uitgave: Amsterdam: Schadd, 1864
Nieuwe uitg; 1e uitg.: 1852
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, 113: NED 398.87
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205857
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 395 —
nocreii'IjUany.
Ach, wee ons arm lantvolc, waer zullen wij ons keren,
In dezen langen krijch? zal 't noch gccu eynde zijiiV
Zal dou vreemden soldaat dan steels ous bloedt uyttcercn,
End* roepen: Or ga lehati vilain , Or ga Coquin, Da!
Zo wijse dan niet üuex van alles voor eu stellen,
Wij werden met dc lont gedreycht, iu brandt gestelt.
Of moeten stracx, tot boet, hun ccu kluyt of twee toUcu,
Eick ouder ziju tailjoor, eud' kopen zo met geit PaoeDi.
Och, die i>oys duert niet laug, noch kau ons nici bevrijden,
Maer een gemoyuen peys, bestaudicb end* opreclit;
Doch wilstu met de rood' noch langer ons kastijden.
Wij hebben 't wel verdient, wij kennen 't, du bebst recbt,
Domine!
Ons ouders wierden eer, in bares wecldes dagen,
Ooek zomtijdts gekastijdt, met 's oorlooelis strenge roGn;
Maer hebben noyt zo langh 's krijcbs overlast gedragen,
Noyt zo vcel quaedts geleen, als wij, och armcl doen,
hl diehus nostris,
In 'tsweet ons aangeziebts, wij d'armen kost besviercu.
Na d'aerde, vroeeh end' laet, necrbuygend' onze ncck.
Doch voor den vreemdelinck wij tassen onze scbuercn.
Ja, zelfs ons huysgczind' lijdt dickmaels broodts gcbreck,
Quia non est.
Het dorre Kcmpcn-landt met pijnc wij bevruchten,
Tot 's eygcnaers glienot, end' uoodt vau wijf end' kindt,
End' hopend' op het lest tc beuren onze vruchten,
Eylaes! het slaet ons mis, want alles stracx. verslindt Alias,
Sij plagen ons om 't scerst van d' hooch end' lege zijden,
Nu deu kaes-jager boos, nu den vrij-buyter wreet,
I>cn meesteu overval ons uu, zo lange tijden,
Doeu de gciuuyteneerd' end' andere meer, Godt weet Qtd !
Eick is eeu dapper mau, om ous wel op te selieereu,
De koopinau achter d' hegh stil deur de beurs te ryeu,
A la discretion op deu boer vrij te teereu,
Maer uiemaut die, om ous vau ougelijck tc vrycu, Pa<jneL
Eylaes! wat helpt dc klacht? wy rocpeu tot dc doven,
Dc boer cn lieeft geeu noodt; deu buysmau goedl gedaen,