Boekgegevens
Titel: Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Auteur: Vloten, J. van
Uitgave: Amsterdam: Schadd, 1864
Nieuwe uitg; 1e uitg.: 1852
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, 113: NED 398.87
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205857
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 35G —
Als zijn Excellentie dat vernam, Van zijn trouwe dienaren,
Docn spraek hy met moede gram, Niemant in die schans te
Hy wou liebben die soldaet ras, (sparen;
Die zijn trompetters-dood oorsaeek was,
Ghinek den tamborija verklaren.
ïwee capiteynen quamen oock ree. Om te parlementeeren,
Sy brochten den Ilaliaen mee, Al voor die vrome heeren,
Hy worde daer ghevangen voort.
Die capiteynen spraken van aeeoort.
Om met ons te accordeeren.
tAeeoort ghinek voort en seer fraey, Wilt dit te recht ver-
stane ,
Den thienden dach al van den May, So zijn sy daer uytghegane,
Ses hondert mannen, hoort hier naer.
Die vendels moesten blijven daer,
Gheen trommel hoorde men slane.
In de maent Mey den twaelfsten dach. Dat men graef Mau-
ritz zonder eesseeren,
Die stadt van Sluys belegheren sach, Met allen zijn krijghs-
Hy heeft zijn legher daer voor gheplant, (heeren
Met zijn krijchsvolck, cloeck en vailjant,
Albertus kondt niet keeren.
Hertoch Albertus, verstaet wel mijn, Is met veel krijclis-
volek gheeomen,
Om de stadt Sluys t' ontsetten fijn, Weynich tot zijnder vro-
Om de stadt te vietaeljeren, dit wei verstaet, (men.
Dan Albertus quam al veel te laet.
Dat hebben die van Sluys wel vernomen.
In de stadt Sluys, verstaet wel mijn, Waren vijf duysent
soldaten,
Met noch thien sfercke galleyen fijn, Die moesten sy alle dacr
Noeh omtrent vier hondert_slaven minjoot, (laten,
Moesfen sy vry gheven eleyn endc groot,
Seer weynich tot haerder balen.
Binnen Sluys was seer grootciwaoot. Van zout en ander spijs
mede, (daten mede,
In derthien dagen hadden sy gheen broot, Ooek alle de sol-
Soo dat sy waren in zwaer 'dangier,