Boekgegevens
Titel: Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Auteur: Vloten, J. van
Uitgave: Amsterdam: Schadd, 1864
Nieuwe uitg; 1e uitg.: 1852
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, 113: NED 398.87
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205857
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 373 —
En dat hy my gave wat ick behoeve,
Oft dat den dach quam, datmen my bcgroeve,
Of dat liy vau ous wechnam dese ellendige plaghen,
Die ick ende mijn volck lyde cn draghc.
Er. Do Heer der heerscharen will' geven uwen wensch,
Daer toe soo dient hy wel ghebeden:
Wy hebbent wel verdient, o Heere! ickbckeus,
Wy hebben gesondicht, o ellendighe mensch,
Daerom worden wy soo mct straffen bestreden;
Och! laet ons doen als die vau Ninive deden,
So sal ons de Heere dau wel ghenadich zijn,
Eu onse ghebeden oock niet versmadich zijn.
iitliils.
[,) Aau het bezit van deze vesting werd groote waarde
gehecht;____maar Spiaiola was niet in staat (haar) voor
den vijand tc redden......... Door hongersnood tot het
uiterste gcbragt gaf zij zich bij verdrag over (19 Aug. 1601)."
Bosscha.]
Verblgdt u nu al iut Nederlant, Mijn broeders wtvcrkoren,
Luystert nu doch toe al met verstaudt, Men salt u laten hooren,
Hoe Mauricius don edelen graef.
Met'alle ziju soldaten braef.
Den vyant gaet naspooren.
Ghelijck men can bevinden klaer, Hier en in alle quartieren.
Doen men schreef sestien hondert jaer. En daer toe noch viere.
Doen vergaderden, vrocch ende laet,
Edel heeren met den gantschen raet.
Met den Nassouschen stamme fiere.
Den raet, die vondt ecn wijsheyt zaen En dat met goeden vrede.
Men sonde de schepen doen beslaen In dorpen end' in steden,
Sy quamen wt allen steden stout,
KIcene schepen, "groot, nieu, eiide oudt,
^Matroos was stracx ghereede.
Doen sondt graef Mauritz posten jent, Door Gods wijsheyt
seer koene.
Die capiteynen krcglicn pottent, Iu allen garnisoene.