Boekgegevens
Titel: Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Auteur: Vloten, J. van
Uitgave: Amsterdam: Schadd, 1864
Nieuwe uitg; 1e uitg.: 1852
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, 113: NED 398.87
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205857
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Vorige scan Volgende scanScanned page
- 369 —
Want den coninck was voorwaer Van ziju recht vervallen gaer,
Het contract Was ghemaet Selfs, in persoone.
Hier te zijn al seven jaer.
Maer nu hceft hy hen ghesonden Gouverneuren strafen wreet.
Die hebben hen onderwonden tLant te rouven, wijt en breet,
Teghen zijn beloft en eedt; Daerom doeu zymy bescheet:
Pact u deur Met ghetreur, Tot desen stonden,
Oft u naeet nocli meerder leet (en cael,
Dus, Albertus, laet ons schampen, tLandt is docih beroeyt
En ghy zijt gheen man om campen Teghen Maurits principael,
Ghy dient beter cardinacl, Om le sitten opt oxsael,
Als écn mof, Om het lof Fijn wt te stampen,
So ghy pleeeht in Porlugael.' (doet.
Want daer en vallen gheeu slaghen, Alsoot iu dees lauden
Lact u mijnen raet behaghen, Stelt weer op den rooden hoet;
Ick en heb docli gheenen moet, Dat wy hier het Geuseubloct,
Met ghewelt, Wt het velt Soudpn veriaghen,
Wat wy doen 't is tegenspoet. (dit ras,
tis nu sesthien maeuden leden, Dat ghy quaemt, verstaet
Voor Oostende, en tis heden Also na als t' jarent was,
Maurits gaet al zijnen pas, Eu ick verlies al den bras,
Onsen hoop Crijght den loop Gheheel t' onvreden,
By ghebreek van ghelt in eas.
Soud' ick daerom niet ontsinnen. Dat het ons al teghen gaet?
Waer dit spel noch te beginnen, lek sout staken met der daet,
Och, Philippus, glieeft my raet, Want wy hebbent al te quaet,
Eu mijn hert Is vol smert Buyten en binnen,
Sent doch ghelt eert wort te laet.
Oorlof, spruyten van Oraignen, Ick heb u te eleyn gheacht,
Üm het groot machtighe Spaignen Te weerstaen met zijn ghe-
slacht,
Maer ick ben anders bedacht, Want ick ghevoel uwe macht,
Ick moet voort. Mijn paspoort Is vol calaignen,
tEn baet ghewelt, list, noch cracht.
1 Ali'ertus ^vas vroeger voor Filips in Portugal geweest.
II. 24