Boekgegevens
Titel: Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Auteur: Vloten, J. van
Uitgave: Amsterdam: Schadd, 1864
Nieuwe uitg; 1e uitg.: 1852
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, 113: NED 398.87
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205857
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Vorige scan Volgende scanScanned page
— ses —
Maer God toonde zijn woudreu claer,
Eu liet zijn winden doudren daer,
Üm wt te sondren gaêr Die ous wilden verslaeu.
Met vreese groot werden sy al bevangheu,
Men sacher stranghen dry aendeu Vlaemschen caut.
Veel bleeüèr doot, dauder nameu haer gaughen,
Met groot verlanghen, om te comeu aeu 'tlant,
Maer Godes hant conden sy niet ontvliun,
Storm en wint, zijn dienaren, gaf
Hy bevel om te varen af.
En al dees scharen straf ïe doón, na ziju ghebiêu.
Twee vanden hoop werden van d' oorlooelr schepen
Cloeck acngegrepen eu iudeu gront gheseylt;
Seignor gaf coop, om ghenade sy pepcn,
Want inde nepen waren sy onghcfeylt;
Hun wert ghedeylt sulcken ghenade slecht,
Ghelijck sy ons volck gheven, siet.
Want die en laten sy leven niet, •
Hier om met beven stiet Hen elck ins doots ghevccht.
De seste quam tot Calis met beuouweu,
Anckers eu touwen was wech met al den bras,
Spinola vernam, dat die eeu was behouwen ,
Hy dochte trouwen die wel te crijghen ras;
Maer siet, sy was al daer sy blijven most,
So wert hy zijn galleyen quijt,
Prijst God in decs contreyeu wijt,
Die nu van schreyen zijt Seer crachtelijck verlost.
Jammer der Infante.
Comt Albertus, laet ons spoedich Vlieden na mijn vaderlandt.
Eer dat Nassouwcn elocckmoedich Ons verjaecht met grooter
schant,
Hy heeft mijnen Graef vermant, De galleyen zijn ghestrant;
Ick verdwijn door decs pijn, Seer overvloedich,
Door 't verlies aen elcken cant.
Sy en achten niet een boone Op transport van mijnen vaêr,
tis teghen 'slandts wetten schoone Eu 't ghcbruyck, segghen
zy claer.