Boekgegevens
Titel: Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Auteur: Vloten, J. van
Uitgave: Amsterdam: Schadd, 1864
Nieuwe uitg; 1e uitg.: 1852
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, 113: NED 398.87
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205857
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 366 —
Van desen Grave, ghelijct wel is te duchten,
So sult ghy Trompetter dan hooren 't verwijt.
Dat den Domplioren niet en deucht, al heeft den Jesuijt
Daer aen ghelapt vecl lasteren eu eluchten;
Meu hoort in uwen legher niet dan claghen en suchten,
Soo worden zy met den reuck van dees fackel ghequelt.
Ja, ick hoor sy zijn seer schand'lijck gaen vluchten,
Met een stille trommel, voor schelm wt 't velt i.
Want het was met u volck soo qualick ghestelt.
Dat sy den loop cregcn door den grooten stanck,
Daer en quam gheeu medecjne, by faote van ghelt,
Maer Nassouwcn holp hen met eenen gulden dranck,
ditalianen iiafuen meest na hem haren gauck,
Oock self dAdmirant beghon van loopen te hijghen,
Albertus viel in flaute door onghenoeehte cranck, Ick enz.
Trompetter, ghy vercocht den Tambourijn pijpen.
Als ghy uwen Domphoren hem ginct aeuprljsen,
tWas doen maer kinderspel, 't beghint nu te nijpen.
Want Maurits derlF den Grave aengrijpen,
In ws leghers presentie; o, wat grooter afgrijsen
Sal voor de Iloniauisten hier wt noch rijsen;
Den Bosch, die schick ick wel half verloren,
Comt de Grave indeu Grave met veriolijsen;
So loopen de verekens dan al int coren.
Hier om Trompetter is uwen Domphoren
tAntwerpen verboden, en iu meer andere plecken;
Ja hy is gansch onnut, ick seght u al voren.
Om dees groote fackel daer mede te decken.
De kinderen in Zeelant daer oock meed' ghecken,
Als zynde vol lasters, niet weirt twee vijghen,
Ghy sult noch moeten Hhasen-vel aen trecken, Ick enz. -
Prince Albertus, nu hebt ghy noch te hopen.
Op dOostensehe soussisen, maer, ick laet my dmcken,
Doen die gheen mirakel, het sal ons meer nopen,
1 ,»Het geheel« Spaansche leger had zich op geringen afstand neder-
geslagen en ondernnm -xvet eene poging , om door de belegeraars heen te
breken , maar de kloekmoedige houding van dezen was genoegzaam , om
de Spanjaarden eenen digten nevel tc baat te doen ueracn , en met stille
trom te doen aftrekken " Bosscha.