Boekgegevens
Titel: Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Auteur: Vloten, J. van
Uitgave: Amsterdam: Schadd, 1864
Nieuwe uitg; 1e uitg.: 1852
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, 113: NED 398.87
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205857
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Vorige scan Volgende scanScanned page
^ 3G4 —
Dew waert en vergat daer oick niet tc schryvcn,
Sy begonden te singen, soe dronckaers plogen,
Sy sullen noch t' avont genuchte bedryven.
Al en souder een schotel in huys niet blyven;
Daer sijt ghy meester toe, dacht ick, smeert vry de borst,
Doen liieff daer een ander op, al sonder kyven:
Geeft my te drinekeu na mynen dorst,
Ja, want ghy hebbes noot, dacht ick, o slechten vorst
Gaet seker slapen, ghy hebbet lijff vol bier wis,
dEen riep om harinck den ander om een worst
Wie sou connen slapen daer alsulcken getier is ? —
Dees g'asten gingen deur en ick was wel vcrblijt.
Want siet, den vaeck dede my seer grooten strijt,
ilaer in corter tijt quam daer een ander gelach,
Sy cn waeren niet geseten, oif den een, met vlijt,
Begon oie van singen «te maecken gewach:
„Gepeys, ghy doet my treuren nacht en dach;"
Is dit om slapen? dacht ick, ba, neent voorwaer;
Terstont songh daer een ander sonder geelach :
„ Hoort allegaer Int openbaer ; "
Ey, hout uwcD mont en maeckt doch mijn hooft niet swaer,
Cont ghy niet drincken, dacht ick, en stil swygen, siet?
Maer een grove stroote begon haest daer naer:
,, En wie vni hoiren een nieuw liet,
Al wat er in Julius is gesciet?'*
tEn sal niet sijn, dacht ick, also ick hier gis.
Want 't wasser al vol vreuchden, men treurden niet ; —
Wie sou connen slapen daer alsulcken getier is? —
Eenen hoop Erauschcn saten daer oie en droncken.
En sy werden achteraeu geheel beschoncken.
Dies hare stemmen cloncken, noyt vreemder kure.
Een begon daer te singen al sonder proneken:
Rendez-vous, rendez messieurs de noz murs,
Dat wilden Albertus wel, want 't valt hem suere,
So lange te blyven liggen voer dees steden i ;
l „De uUdrukkiugen cc fachciuc siege, ce pe'ible siege ea derg.
welke de ricrtog van Croy (in lijne Mémoires^ gebruikt, geven genoeg
le kennen hoe rampspoedig de Iielegering voor de Spanjaarden was." ü.