Boekgegevens
Titel: Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Auteur: Vloten, J. van
Uitgave: Amsterdam: Schadd, 1864
Nieuwe uitg; 1e uitg.: 1852
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, 113: NED 398.87
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205857
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 360 —
Bij des vyants schansen heen,
ïot dat sy Quamen by Sonder sneven
Voor de stadt Antwerpen bly.
Flucx sy d' Admirael inroeyden,
Ons matrooskens rat ter hant.
Die op sulck spel niet vermoeyde,.
Want zijn volck was meest aen lant;
Dies zy 't mosten gheven drae.
Want men gaf haer gheen ghenae,
tSehieten fel Van dit spel Dapper loeydcn,
tMaecten in stat groot ghequel.
Seseutwintich schoone stucken
Gesehuts heeft d' Admirael op ,
tis een bloemken weert om plucken,
tis een eytgen metten dop;
tMoeyt de Spangiaerts opt casteel.
Want sy schoten nae 'tjuweel,
Maer twas niet, tis gheschiet, tDoet haer jucken«
tAntwerpen was groot verdriet.
tWas daer overal in roere,
Monick, paep, ende bagijn;
De doeken maecten groot rumoere;
Allarm, allarme! mon couzijn!
Lieve buer, wat isser te doen ?
Lact ons doch daer lienen spoen,
Om te sien Nae 't bedien Van dees loeren,
Die ons dus comen bespiên.
Ons matrooseu aen lant waren,
Meyrden daer vijf schepen of;
Ghinghen daermeê henen varen,
Sonder vraghen oft verlof,
Oock het marct-schip van Bruessel,
tConvoy-sehip van Mechelen snel,
tDocht haer goet. Metter spoet Omtemacren,
Aende Zeeusche dijcken soet.
Niet seer lang zy daer en bleven.
Doe sy 'twerck hadden volbracht.
Met de ebbe zy weohdreven