Boekgegevens
Titel: Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Auteur: Vloten, J. van
Uitgave: Amsterdam: Schadd, 1864
Nieuwe uitg; 1e uitg.: 1852
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, 113: NED 398.87
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205857
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 358 —
Zy dacliten doen ie zijn bevryt Van d' Adm.
Haer moorden wraclit te grooten spijt In VL
Wy sloegen daerna een eonvoy,
Maer die van Nieupoort haddent noy, Oock d' Adm.
Papou wierp deus, de Geus wierp iroy, In VI.
;)oe ghy laegt in het lant te Glcef,
De wreetheyt die u volck bedreef, O, Adm.
Hollant dat al uit harte schreef. Tot uwer schandt.
Papouwen cregen neusen lang,
Zy dachten 'twas der Geusen dwang. Den Adm.
Maer Maurits ging der reusen gang, In VL
So deed hy ooek in Bomlerweert i,
Te Turnhout^ oock, te voet, te peert, O, Adm.
Hy kort des spaensghesindes steert. Aan elcken kant.
Ghy hebt langh Maurits* doot gesoeht.
En moordenaers daer toe gheeoeht, Ey, Adm,
God lof! ten is noch niet volbroeht. Dat feyt mechant.
Al wat ghy doet, ten is maer wint,
Ghelijck ghy selver dat bevmt, O, Adm.
U saken bet met God begint, Ghebruyckt veretant!
Waer bleef doe den grooten standaert ?
Ick denck dat Lieven was ver\'aert; Hoort Adm.
Maurits had te veel volcx vergaert, In VL
Lieveus broeck die stout heel ront,
Nu raet wat hy daerinne vont: Geen Adm.
Gegeten broot meer dan een pont, In VL
Rijck of arme, hoort na mijn,
Wilt doch vreesen de groote pijn Van d* Adm.
Bisdom wenscht elck ghetrou te zijn Voor 't vaderlaut.
1 Zie boven. 2 Het bekende ruitergevecht bg Turnhout ia 1597.
De ewarte Galei.
[„ De Heeren Staten-Gen.....hebben.... tot Dordrecht
doen maken een galeye, die genaemt werd de swarte ga-
leye; sy was lang omtrent 46 of 48 treden, hadt op 15
metale stucken, met veel steeiistucken, ea veel roeyers cn