Boekgegevens
Titel: Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Auteur: Vloten, J. van
Uitgave: Amsterdam: Schadd, 1864
Nieuwe uitg; 1e uitg.: 1852
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, 113: NED 398.87
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205857
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 355 —
Wel twee duyst aen ous zijdt, Soo ghiuglit daerop een caetsen,
Eick voor d'ander aandreef. Om den buyt en 't profijt,
Spijt paep Jan diet benijt; Albartus, aertzbertoghe
Van Oostenrijck, doen sach Zijn doot schier mee voor ooghen,
tWas hem een hart ghelach i.
Veel edelen en heeren. Meer dan men noemen mach,
Zijnder gebleven doot, Soo ginght op een schaepschecren,
tBleeffer meest aende pan; Men hieu, men stack, men schoot,
Den Admirant hem boot Ghevanghen 2, die dick smaelden .
Op den hollantschen kaes, ßie hy wel dier betaelden,
Want H was vant nieuwe graes.
Comt eens, Jantgiën van Spangiën, Alst u lust wederom,
En deckt den Geus wat op, Hoe smaken u d' Orangicn ?
Seigneur weest welleeom. Proeft Neêrlants sopperlop;
Papou die creech den klop, dOntrouw is daer vergolden,
Aen die Schotten ghedaen, Die ghy tOldenborch 3 scholden,
En moortlijck hadt verraen.
Prince, 'lieer God almachticli, Ziju Excellency gheeft
Wijsheyt cn goet verstant. Dat hy, wel en eendrachtich.
Regeert soo langh hy leeft. Tot rust vant vaderlant;
Verknoopt lis, pijl, en bant Der edeler Heeren Staten,
Met ecn ghemeeu spreeck-woort, Op Godt wy ons verlaten,
dEer hem alleen behoort.
1 ,, Den aartshertog werd de eer gegeven van met de laatsten zijner
ruiters te xijn afgereden." Eosscha.
2 „Mendoca (door zijne vluchtende ruiters verlaten) alleen van een
knecht vergezeld, door de duinen zich bij den aartshertog willende ver-
voegen , viel in handen der onzen." Bosscha. Het was eeue rijke vangst,
daar hij, in Mei 1602, tegen alle onze gevangenen in Port., Spanje, Indien ,
en de Nederlanden werd uitgewisseld»
3 Schans, door de Spaaoschea veroverd.
II
Wie wil hooren een nieu liet,
Wat iu Julius is gheschiet.
Van de d' Admirant, van d' Admirant,
Hoe dat hy quam al int verdriet,
In Vlaenderlandt.'
Maurits heeft eenen tocht ghedaen.