Boekgegevens
Titel: Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Auteur: Vloten, J. van
Uitgave: Amsterdam: Schadd, 1864
Nieuwe uitg; 1e uitg.: 1852
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, 113: NED 398.87
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205857
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 352 —
tls eea qua kans Voor my diet moet besucren,
Want, met dees schansse fel, Meend' iek te winnen 't spel,
Dit was ooe al mijn meening; Maer 'tis nu al craekeel,
Want nullo is mijn deel, Dat my brengt in beleening.
Omdat Nassou, Als eeu stout helt bevonden,
Hollant getrou Wil zyn tot allen stonden.
Die met gewelt Myn volek daer quam bestrijden,
tWele my seer quelt. Nochtans iek moetet lijden,
lek wilde wel voorwaer. Dat dese schans aldaer,
Noyt en ware begonnen,
Het spel heb ick beroet, Maer de Geus, seer verstoet.
Die heeft het afgesponnen.
Gantz seer ontstelt Zyn nu al mijn Papisten,
Dat sy haer geit Daeraen gingen verquisten,
Maer 't meeste spijt, Hetwele my seer gaet stooren.
Dat ick 't verwijt Van alleman moet hooren,
Ist burger ofte boer. Een yder maect rumoer,
Ic en weet schier wat maken; Mijn erijsvolc ongefaelt.
Dat wil wesen betaelt. De crijch mach ic wel staken.
Och, nu is al Mijnen moet gantz verloren,
Ik ben ter pal, Och, was ick noyt geboren!
Al mijn betrou. Dat is van my gheweken.
Dry schanssen bon , In Vlaenderlant ontstreken ^,
dEen biete Eilippiju, d' Ander Patieney fijn,
Mijn fortres stere van muren, Vlaendren is nu geschent,
Nieupoorte, Brugg', en Gent mogen dat wel besueren.
Mijn vreugt verdwijnt, Coragie loopt verloren,
Maer siet, het schijnt Ic bender toe gheboren;
Ic heb den strick Voor een ander gehangen,
Maer nu ben iek Daer selver in gevangen;
Och wat sal ic gaen doen, 't Hart sinct my inde schoen,
Icard. Andreas van Oostenrijk, wien bij hot afwezen van den aartshertog
de landvoogdij was opgedragen, eene sterkte doeu aanleggen, welke naur
hem St. Andries is geheeten , en destijds do sleutel ook wel de bril van Hol-
land genoemd werd. . . , . . De spaansche bezetting, uit gebrek aan
betaling, aan 't muiten zijnde geslagen, gafzich over op den derden dag
(24 Maart), naJat Maurits er voor was gekomen." Bosscha,
1 Filippine werd, ten einde den overtocht van het leger naar Vlaan-
deren te Verzekeren , door Ernst Casimir van Nassau den 2!slen Juny
)>emachtigd : ook de andere forteu lusschca daar on Oostende vielen den
onzen gemakkelijk in handen.