Boekgegevens
Titel: Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Auteur: Vloten, J. van
Uitgave: Amsterdam: Schadd, 1864
Nieuwe uitg; 1e uitg.: 1852
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, 113: NED 398.87
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205857
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 350 —
Iloe twintigh tegen twintigh souden strijden,
Daer van wierdt een eontraet beschreven, siet;
Hoe datter alle dingen sou toe gaen;
Doch Breauté heeft meer als 't woordt gehouden,
Waerdoor hy noch in 'teynde werdt verraen.
Dat hy schelmen en dieven veel vertrouden.
Ty Caïns broedsel, Pharo opstinaet,
Hoe langh sult ghy noch in u wreedh^ydt blijven?
ïy Grobbendonck, moet men u dat toeschrijven? —
Eerloos, meyneedigh, ontrouw is u werck.
Vol tyranny, 't welck is een quade beeste;
Want de boosheydt regeert u herten sterck.
Doch in den Bosch schuylen de moorders meeste.
Sulcks is gescliiet Spreckel, den vijfden dagh,
In 't Guide Jaer als men schreef sestien hondert.
Van welcke tijdt menigh mensch was verwondert,
Door de kloeckheydt die men aen ons volck sagh.
Beroepen twiutigh in elcken parthy,
Die t' Geertruydenbergh ujtreên sonder verflouwen,
En reden die stadt van den Bosch naby,
Maer wierden bedrogen door t' veel vertrouwen.
Onder Grobbendonoks gasten zijn geweest
Achtliien Berghverkoopers of landtverraders,
Eenige gebannen, gegeesselt, als boosdadars;
Als binnen Dort kleyn Harmea onbevreest;
Sulcks is het wildt, dat in den Bosch regeert.
Schelmen, dieven, en eervergeten boeven.
Den borger vroom wordt hiervan getrotseert.
Niet dan overloopers, moorders, met bedroeven.
Het opperhooft hiervan was Grobbendonck,
Die meest bloedt dronek van dese vrome helden;
Jan van Millo, moet men u daet dies melden.
Dat ghy deed doón der eedle heeren pronck,
Möns. Breauté, ecn krijghsman tottcn endt? —
Grobbendonck moest, maer derfde selfs niet komen i,
Waervan sijn bloodheydt sal werden bekent.
Zijn ontrouwheydt deed hem voor de doodt schromen.
1 Grobb. had geweigerd telf te komen.