Boekgegevens
Titel: Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Auteur: Vloten, J. van
Uitgave: Amsterdam: Schadd, 1864
Nieuwe uitg; 1e uitg.: 1852
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, 113: NED 398.87
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205857
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 316 —
Albertus, hooch van name,
Is het sevende liooft seer net,
Dees landen oubequame,
Met zijn vierkante honet,
Bloedigh besmet,
Is hy als d' ander oock bevonden;
Doch hy- is cardinael,
Best en lest van altemael,
Dc doot heeft d' ander ses verslonden.
tHert ghinck hem openbaren.
Die men ziju heylicheyt heet.
Doe hy in doots bezwaren
Bracht een dochter, soo elck wel weet ';
Zijn roode cleet.
Dat is bloetdorstich van sich ,selven.
Die int lant ootmoedich quam,
Hy heeft dat vroom christen-lam,
Tc Bruessel levendich doen delven.
Den ghesalfden des heeren
Is worden een crijchsman vroom.
Om te tyranniseeren,
Dat konsent kreegh hy van Room;
tEn is maer droom,
Die op sulcke hoofden wilt bouwen.
Spruyt dan wt den boom geen goet,
Daer men sich voor buigen moet,
Wie sal men dan moghen betrouwen?
Wat hebben dese seven
Hoofden, seght my met verstant,
Veertich jaeren lanck, bedreven
Yet goets in dit Nederlant,
Dan roof, moort, braut?
Vervolgt, verjaecht, gescliaeckt, ontstolen?
Desen gheestielicken man
Comt alsoo oock achter an,
Sulck ampt en is hem niet bevolen.
1 Annelcen Uteiihoven , Mregcu& keUery levend begravea, Zie'/«
onder lïlips 11, bU. 2J8 t.