Boekgegevens
Titel: Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Auteur: Vloten, J. van
Uitgave: Amsterdam: Schadd, 1864
Nieuwe uitg; 1e uitg.: 1852
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, 113: NED 398.87
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205857
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 345 —
Don Lowijs kond' soet wieghen
dArme Mooren, met soeten klap.
Om hun soo te bedrieghen,
Glielijok Judas en Joap;
"Voor sulcken snap
Hoort men de 'vrome te vermanen,
Want de inquisicy seyt
Teghens Zijue Majesteyt:
Liever gheeu laut dan Luthrianen.
Don Jan, vol valsche trekeu,
Die quam als ecn wolfken tam.
Zijn schalckheyt ginck wtbreken, •
Doe hy ontrent Namen quam,
En 't slot innam ;
Na peys ginck hy weer crijch verwecken:
Met een bloemkcn in de hant,
Quam hy voor den thuyn playsant,
Maer toeghcsloten vant hy 't hecken.
Parma had oock ghesoghen,
Wt zijns moeders borsten, 't fenijn,
Hy was dobbel doortoghen.
Nochtans 'eenen goeden schijn;
Den valschen wijn,
Eylaes! moest onsen prius ghenieten,
Door Baltliazar Geeraerts,
Ecn moorder met weynich baerts.
Die hem binnen Delft ginck doorschieten.
Ernestus war de seste,
tScheen de peys stont in zijn macht,
Maer hy slacliteu de reste,
A''an den vrede was noyt ghcdacht;
Hy heeft ghetracht.
Om zijn fenijn oock wt tc spouwen.
En te brenghcn om den hals,
Door Michicl Reniehon i vals,
Den helt, graef Mauritz van Nassouwen.
1 Verg. dc Nederl. onder Filips ff., bl.2l8 v., waar raeo ecLter te»,
vcss Ernsts onschuld aau sijn toeleg geslaafd vindt.