Boekgegevens
Titel: Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Auteur: Vloten, J. van
Uitgave: Amsterdam: Schadd, 1864
Nieuwe uitg; 1e uitg.: 1852
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, 113: NED 398.87
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205857
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 342 —
tïs wonder, dat ickse van boosheydt niet smijt onder de voet,
Soude dat Lutersclie ghebroet aldus triumpheeren,
Eu tegen my rebelleeren! al warense by Tureken verwoet
Opghevoet, mochtense gheen meei-der quaets practiseereu;
Het zijn gheen menschen, sy willen al 't landt perturbeeren,
Dese provinciën t' samen uniëeren, met de Generael Staten,
Van pays niagmen niet praten, om in vrientschap t' aceordecren.
Den geck sy scheren met perdoen en aflaten,
Als de pest sy vliên ende 't huys van Oostenrijck haten;
Daerom iek met beyde handen klauwe troosteloos mijn bol.
Sy verachten paus heylicheydt, met alle zijn prelaten,
En stroyen byde straten, te Bniessel voor een bricol;
AdieuBerek, Meurs, Alpen, Amiëns, Breefoort, Linghen,
en Grol.
Ick hoopte dat mijn vlas haest soude zijn ghesponnen,
Als ick Hulst had ghewonnen, ende Galis seer vailjant;
Maer nae mijn verstaut is het oorlogh nu eerst begonnen,
Nae dien ick binnen Lonüen ende Parijs verklaert ben Vyant,
Ick meende al de werelt soudo voor dese mijn bonet vierkant.
Met den hoet inde hant nodervallen op de kniën.
En reverentie bien sijn heylieheydts opperste luytenant;
Maer, als van een afghesetten sant, van my sy vluchten cn vliên,
Daerom en behoort dese rebellen gheen gratie te gheschiên,
Want sy willen niet beliên 't quaet datse hebben bedreven;
Sy zinghen liever Marots, Beza, of Petrus Dathenus' ghetiên,
Eer sy de sequentie van ons Moeder de H. Kerk souden aen-
klcvcn; (schreven,
Zy ghelooven niet, of 'tmoest juyst staen inden bybel ghe-
In ketterye sy sneven, verblint als een mol,
Zegghende, dat Godt alleen magh sonden vergheven,
Hierom siillense noch naemaels beven in Patricius hol; Adieuenz.
Wat baet dat ick van Oostenrijck ben gheboren?
Wat baet dat ick ben ghecoren Gouverneur Generael?
Wat baet dat ick Acrtsbisschop van Toledo, cn Santé Crucis
ben Cardinacl ?
Wat baet dat ick van Ligue Saincte ben 't hooft principael ?
Wat baet dat iek in cen dwael draegh 't Pallium van Romen ?
Wat baet dat ick ben Lcgatus-Ä-latere apostolijck loyael.
Wat baet dat, nademacl men al dit acht voor Homerus' droomenr