Boekgegevens
Titel: Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Auteur: Vloten, J. van
Uitgave: Amsterdam: Schadd, 1864
Nieuwe uitg; 1e uitg.: 1852
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, 113: NED 398.87
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205857
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 341 —
Een wolf gekloet ia scliaeps liabijt,.
Om 't cliristenbloet te smoren.
Och Paus, heylige vader goet!
Hoe sietmen u onteeren,
Vau dit Calvijns ghespuys verwoet.
Die u pardon blameeren,
Allaet, zielmissen, beêvaert gaen,
En Melis inde halve maen.
Zij alle refuseeren.
Beelden van gout, van hout, van steen,
O hcylich vat van Roomen,
En 't vaghevyer achten zy kleen,
Zy segghen: 't zijn maer droomen;
Van cappen en casuyvelcu bloot,
Makeu sy geuse boersens groot,
Soo wijt ist nu ghecomen!
Oorlof, air mijn vrienden vaillant*.
Noch hier eu daer ghelegen.
Adieu, ghy krijcht gheen onderstant,
Wat batet veel ghezweghen ?
Want Maurits maket veel te bont,
Hy kaetst met ballen van veertich pont;
tSpel is nu ongheleghen.
Adieu Brabant, adieu Vranckrijck,
Adieu Rijnstroom ghepresen.
Adieu kleyn en groot algelijck,
Adieu segh ick mits desen;
Als ick in Spangiën treek weerom,
Seer kleyn sal mijnen willekom
By onsen coninek wesen.
III.
Ilertogh Albertus , qualijck te vreden,
BeklaegU aldus 't verlies van veel steden:
Hebbe ick gheen oorsaecke om met reden my te beklaghcu,
Om dat alle daghen niy overcomt groot teghenspoet?
AVat moet al lijden, zien, hooren ende verdragheu
Dese ghepurperde bloet-rooden cardiuaelshoet I