Boekgegevens
Titel: Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Auteur: Vloten, J. van
Uitgave: Amsterdam: Schadd, 1864
Nieuwe uitg; 1e uitg.: 1852
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, 113: NED 398.87
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205857
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 340 —
Wat passen wy op Nassouwen ? —
Maer de erijehslielt kloeek, onvervaert.
Die viel haer aen raet schilt en zwaert,
Dus quamen sy in rouwen.
Oldenzeel en Ootmarssen * mee,
Die-zijn my ooek ontvloghen,
tHuys te Linghen en Enschede *,
Zijn al int net ghetoghen;
Somma daer isser juyst een dozijn.
Die my dit jaer ontweldieht ziju,
Van dees Luthers doortoghen.
lek mach nu wel verlaten fier
Brabant, dees schoon warande,
Want men stroyt aehter straten liier
Pasquillen, t' mijnder schänden,
Daer in dat men te weten doet,
Hoe dat de Clapmuts banckeroet,
Met trecken wt den lande.
Och kond' ick liaer een vossenvel
Listieh om d' ooren strijeken,
Ghelijek de stoute Grieken snel
Aen Troyen lieten blijcken,
Hoe sou ick dan met zwaert en vier,
Livoeren d' Inquisicy hier,
Verschoonen arm noch rijcken.
Maer voor een afghesetten Sant
Word' ick van elek ghehouweu,
Hetwelck my is een groote schant;
lek mach mijn hooft wel klouwen,
Dat ick, van dit Luthers gheslacht.
Dus word' ghequelt, dach eude nacht,
Ick moet mijn gal schier spouwen.
Mijnen persoon vol weerdicheyt.
Van Oostenrijck gheboren,
Ghesonden van Uw Heylicheyt,
A Is gouverneur ghecoren ,
Die hiet men hier eeu ypocrijt.
t Aia. blz. 233.