Boekgegevens
Titel: Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Auteur: Vloten, J. van
Uitgave: Amsterdam: Schadd, 1864
Nieuwe uitg; 1e uitg.: 1852
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, 113: NED 398.87
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205857
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 339 —
Hollant sou my wel laten in,
En Zeelant soud' ick dwinghen;
Maer den leeuw die den tuyn bewaert,.
Die is my veel te fel van aert,
Hy komt my selfs bespringhen.
Ter liefden onsen heylighen quant
Van Roomen, hooch verheven.
Die my gaf dees clapmuts vierkant,
"VVaegh iek mijn lyf en leven;
In Vrankrijck won ick Amions i,
In Vlaendren Hulst 2 na mijnen wensch..
En Calis 3 moest oock beven.
Hierom dacht ick, met hooghen moet,
Die Icans had ick ghcstreken,
Maer nu ist al maer teglienspoet,
Het spel is heel verkeken;
Als iek ghedenck hoe by Turnhout 4,
Miju gantsche legher wert gliestout,
Soo dunekt my 't harte breken.
Doe ick liicr eerst quam in Brabant,
Van vrede woud' iek praten;
Maer elck verclaerde my vyant,
En spande met de Stalen;
Zy vragheu na peys noch na aecoort,
Maer vallen my met ghewelt aen boort,
Dat ick 't lant moet verlaten.
Alpen en Rijnberck 5 ben iek quyt,
Camillen-schans vol vromen;
Meurs, Goor, en Grolin korten tijt,
Die zijn my oock ontnomen,
Maer Amiens, dwelck my meest quelt,
Daer is de Lely, met gheweldt,
AVederom inghecomen
Breêvoort 5 kan ick vergheten niet.
Die waren my ghetrouwe,
Zy spraken hooch vermeten, siet:
1—3 Verg. (Ie Nederl. onder Filips II , blad«. 232-235.
4 Aid. blz. 233. 5 Aid blz. 235. O Aid. bit 235.