Boekgegevens
Titel: Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Auteur: Vloten, J. van
Uitgave: Amsterdam: Schadd, 1864
Nieuwe uitg; 1e uitg.: 1852
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, 113: NED 398.87
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205857
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 776 —
Sal liever recht oorloch kiesen, om hem te bevrijen wel.
Dan'door geveynsden paeys Verliesen goet en leven.
Merct wat ecn bisschop' van de Spaenjaerts heeft geschreven,
Hoe sy d'lndiaensche heerlicke rijcken hebben verstoort,
Som grooter dan tienmael Spaengiën, alleen om gout te geven,
So veelmael hondert duysent zielen tyranniehlick vermoort;
Besiet daer d'aengeboden pays, hoe die Spanjaerts houden
woort,
Leest hoe sy int eylant Triuila gingen haer gangen:
Hoewel sy met haer gemaect haoden vriendelijck aecoort,
Stadt en luyden zijn verbrant, veel tot slaven gevangen!
Souden dees landen dan naer sulcken pays verlangen.
Die beviuden dat der Spangiaerts verjolijsen is,
Datse mogen branden, drencken, onthoofden, en hangen ? —
Yoor een beveynsde paeys eeu rechte krijgh te prijsen is.
De bloetgierige Spangjaerts eu zijn te vcrschoonen niet,
> Door haer raet de coninc wreede placcaten vertoonen liet,
d'Inquisitie in te voeren, het is claer gebleken;
Daer teghens haer verbonden d'edcle persoonen, siet.
Die tjrannij niet stemden, maer om vryheyt gingen smeken.
Aenmerct daer des conings brieven en die geveynsde treken:
Om den adel te bedriegen, te brengen onder de voet.
Riet hy de gouvernante, geveynsdelijk te spreken
Met die verbonden Heeren; sommige meenden 't was al goet,
Maer wat is daer gevolcht ? — het costen veel hacr bloet,
Doen due de Alba quam, die niet eu was te versaden;
Dien tyran geveinsdelick op Naerden was verwoet,
Oock Zutphen en Haerlem bewijsende grouwelijeke daden;
Daerom wast Alcmaer cn ooek Leyden niet geraden.
Haren vyandt te geloven, geveynstheyt een afgrijsen is;
Dees beproefde stadt Leyden mach seggen, van Gods ge-
naden :
Voor een beveynsde paeys, een rechte krijgh te prijsen is.
Siet de Coelsche vrede-handel laet u niet verdoven doch,
Wat sochten de Spangjaerts dan de landen te beroven ? och!
1 Las Casas.
2 Over den Keulschen vredehandel, verg. de Nederl. onder Fitips U.
bli. 156 en 308.