Boekgegevens
Titel: Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Auteur: Vloten, J. van
Uitgave: Amsterdam: Schadd, 1864
Nieuwe uitg; 1e uitg.: 1852
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, 113: NED 398.87
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205857
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 775 —
Ick seght u sonder lieghen, 0ns legher sloegh daer neer,
Daer sach men't vaendel vlieghen, Orangicn van der veer,
De vaendels lustich vloghen. En ziju voort, onvervaert,
Naer de stadt toeghetoghen Van Pharo, cloeck vermaert.
Dry jachten kloeek van sinnen, Met Necrlanders ghemant.
Hadden de stadt al inne, Dc vaendels daer ghcplant.
Wy vonden de stadt opcp, De Spaengiaerden vileyn,
Waren daer wtgheloopeu, Schampado groot en cleyn j
Wast niet een groote schande, Te verlaten suick juweel? —
Staken daer inde brande Die stadt met haer casteel.
Doen Pharo nu, wilt merken, Was gherooft en verbrant,
Met huysen, cloosters, kercken, llontomme daer int laut.
In July twintich en zeven Quamen wy weer aen boort.
Des anderen daeehs verheven Zijn wy gheloopen voort.
Wy ginghen dus passeeren Dc cape siut Vincent,
En quamen soo laveeren De Knisterre ontrent.
Voor de Croynge wy quamen, tVoorhool lach dichte voor,
Doen wenden wy altsamen Af van de caep Pregoor.
Doen wy nu soo met luste, Verstaet wel mijn bedict.
Overal de spaensche custe Hadden doorloopen, siet,
Gheen schepen wy daer vonden, Zoo lieten wy 't voortgacn
Naer Pley muyden tot dien stonden, Daer quamen wy, onbelaen,
August den dach achthiene. En schoten seer playsant
Triumph, heerlijck om sienc, En quamen , triumphant,
Voort in de Duyns met hoopen, Daer hielden wyghemeen.
En zijn doen voort gheloopen. Schoten adieu int scheen.
Looft God den Heer verheven, Crijehslieden triumphant.
Dat hy ons heeft ghegheven Victory eu bystandt;
Strijt als vrome crijchsknechten, Dient Godt van harten bly,
Lact ons kloeckelijck vechten Teghent spacns tyranny! —
Geen vrede met Spanje.
Menich onverdacht mensch roept paeys, meent dan te vev-
blijeu snel,
Maer wie eenichsins overdcnckt de tyrannijen fel.
Die de Spanjaerts in Indien en hier bedreven.