Boekgegevens
Titel: Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Auteur: Vloten, J. van
Uitgave: Amsterdam: Schadd, 1864
Nieuwe uitg; 1e uitg.: 1852
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, 113: NED 398.87
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205857
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 331 —
Ernestus, ghenadich heere zeer hoogh gheboreu!
Kijckelijck wilt Belgica goaverueeren,
Ä'eemt haerder waer, waut het hier te vorcii
lieu vruchtbaer laut was iu 't prospereeren.
Sedert dat d' inwoonders ghinghen rebelieeren
Teghen den coninclt, heeftment in verdriet
Vermindert ghesien, cn den rijckdom cesseeren;
Soo het scheen dat ons Godt gheheel verliet.
CJheen overheyt en wilden sy obedieereu niet.
Omdat boosheyt inbreken sou aen allen zijeu,
Terlaten heeft se Godt, soo 'tis ghescliiet,
En met groote oorloghe doen castijeu;
Buyters, voetvolck sachmen loopeu eu rijen,
ISiemant eu cost hem nau in ziju huys beschermen,
Vreeselijcken last moeste den huysman lijen,
Eeu yeghclijck hoordcmen suchten cn kennen,
Kijcke, machtighe ss^chmen terstont verermen.
Vreese quam onder 'tvolck deur rooven en branden,
Aeu niemant en toochdcmcn eenieh ontfermen,
Wiet dan quaet en gheschiedde binnen de landen.
Deyrelijck roofdemen gsldt, goet, en panden.
In den dienst des Heeren dede men belet,
Toonende injurie in Godts offeranden.
Bfoclitans, al was daer menich mensch af onbesmet,
Een yeghelijc quam daer door int parquet.
Deur de wederspannicheyt, diemen sach bethoonen;
Ettelijcke borgheren, doende nae Gods wet,
Hecht wast, datmen die soude in als verschoonen;
liaet dau u Hooeheyt met goetheyt, weert om croonen,
Aenveerden 't Gouvernement, tot gheen vercleynte,
Wiet dan tot welvaert van die onder my woonenj
Tis goet hecr zijn over een rijcke ghemeynte.