Boekgegevens
Titel: Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Auteur: Vloten, J. van
Uitgave: Amsterdam: Schadd, 1864
Nieuwe uitg; 1e uitg.: 1852
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, 113: NED 398.87
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205857
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 320 —
Zy wilden aceordieren.
Ter beliefte Zijner Excellentie vroet.
En te behouden lijf en goet.
Das is d'accoort beschreven.
De stadt is ons ghcbleven.
Daer nae ziju wy, met grooter macht,
Nae de Zuyderzee gheweken.
En zijn ghevareu dach en nacht,
In Groeningherlant ghestreken;
De stadt van Groenhighen playsant.
Die hebben wy eerst aengherant,
Met ruyters en knechten by hoopen,
Maer Delfziele moest becoopen.
Den Gpslacli vreesde ons ghewelt.
Zoo men heeft sien ghebeuren.
Vier stucken zijnder voorghestelt.
Die moesten sy besueren;
Doen hielden sy eenen raet opt lest.
De schans te verlaten docht haer best,
Haer vendels cn schoone gheweeren.
Die moesten sy ontbeercn.
Doe trocken wy oock voor Immentil,
Die en wilden haer niet opgheven,
Maer moesten noch wel, na onsen wil.
Bidden om lijf en leven;
Daer wasser wel twee hondert straf,
tGewccr moesten sy leggheu af,
Ter beliefte van Oraengiën,
Spijt alle die van Spaengiën.
Noch een schans quamen wy te kort,
Doen wy wt Vrieslant scheyden.
Die was ghehecten Lettenbort,
Daer wy oock 'tnet nae sprcyden;
Wy sehoncken haer loot ende cruyt.
Zoo langh, dat sy daer moesten wt.
Doen hebben wy, vol vromen,
Aen Vrieslant adieu ghenomen.
Den prins van Parma, seer ghcstoort,