Boekgegevens
Titel: Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Auteur: Vloten, J. van
Uitgave: Amsterdam: Schadd, 1864
Nieuwe uitg; 1e uitg.: 1852
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, 113: NED 398.87
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205857
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 30C —
Die voor zijn scliilt en steunsel hevet dy;
Ahnagiigh God ! geen quaet en kan benouwen
De vromen, die vastlijek op dy betrouwen.
Godt is, die de winden hout in zijn macht.
Die tot zijnen dienst staen dagh ende nacht,
Hy is die geen die doet al wat hy wilt,
In den hemel ende op de zee, seer milt;
't Gantseh aertsche dal, sonder te murmureeren,
Met dienstbaerheyt volbrenght al zijn begeeren.
Dees koningen en dese princen, ziet,
Sijn by den Heer der Heeren gautsehelijk niet,
Dees moedige pof-hansen zijn voorwaer
Als stroo voort vier, voor onsen Godt loofbaer.
Want tegeu Godt, zijn Soon, en zijnder kercken.
Helpt geene raet, aenslagh, noch 'smensehen werckeu.
Vreest dan niet meer, gy volck van God bemint.
Den sterflicken mensch te schenden seer gesint;
Aenroept den Heer en bidt hem vyerighlijck,
Betrout in hem, verwacht stantvastelijck;
De mensch cn is niet meer dan stof der erden,
't Welck van Godts wint lieht'lijek verstuyft kan werden.
O Godt, die van ons vyandt dickwils hoort.
Tot u oneer, dit quaet lasterlijck woordt
Haer Godt is Godt over water en wint.
Op 'tlant en heeft hy gesagh nochte bewint; —
Thoont, dat voorlaen gy zijt', iu den krijgh bloedigh,
Soo wel te lant als te zee ons Godt goedigli.
1589.
0e Bergverkoopers*
[Zoo noemde men de muitende bezetting van Geertrui-
denberg, door welke deze stad den April 1589 aau
Parma verradelijk was overgegeven, en wier oneerlijk be-
di-yf iu onderstaand lied billijk gehekeld wordt.]