Boekgegevens
Titel: Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Auteur: Vloten, J. van
Uitgave: Amsterdam: Schadd, 1864
Nieuwe uitg; 1e uitg.: 1852
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, 113: NED 398.87
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205857
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 297 —
S, Nuestro Senior Papa heeft daer toe indulgentie gcgCTen.
TV. Vue&tro Senior Papa is een Antichrist geheten.
S. Mesquino Flammingo, dat sal dy noch den hals spleten.
, N. Ick bemiane het Euangelium des Hecrcu.
S, Qiie Diavolo, ick sal dy noch wel anders leeren.
N. Ick diene ecn Godt met waren geloove.
S. Nuesiros Vios zijn die dan geheel doove?
N. Vïtestros Bios zijii van iser en metael gegoten.
S, Escarnidor Flammingo, sy sullen dy noch inder hellen stoten.
iV. Godt duer zijn doot heeft my den hemel verworven.
S. Hahlador Flammingo, int vage vycr moestu liggen verhorgen.
N. tVagevyer ist duer het Euangelium wtgepist.
S. Nuedro padre el Papa seyt, dat het dy mist.
N. Ick acht het woort des Heeren, en niet Fuestro padre.
S. Mo/odor Flam-mingo, daerom bistu een boos vcrradre.
iV. O Heer, ontfermt dy over dijn erfdeel!
S. Vellaco, poleronello, ick sal dy noch verderven heel.
N. O Godt Schepper, neemt wech uwen tooruigen sweert.
S. Bufon, logrero, het is hem niet dijns weert.
N. O Heer Jesu, in dijne handen beveel» ick my!
S. Madona dal Lorelo, als iek sterf neem my tot dy!
1S86 en 1387.
licicester.
T.
Ghelijck als die Joden bevrijt worden door Coningin llester,
Alsoo gonne ons Godt oock te geschieden door Milorde tester.
Ghetrouheyt sucht en spreeckt by haer zeiven:
O Godt, wouden sy my doch delven.
Heel onder die eerd! iek ben nae doot,
Want niemandt cn was daer, die my iet boot;
Ick lijde nu over groote kclde,
Int water te sittcn en is gheeu weelde