Boekgegevens
Titel: Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Auteur: Vloten, J. van
Uitgave: Amsterdam: Schadd, 1864
Nieuwe uitg; 1e uitg.: 1852
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, 113: NED 398.87
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205857
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 52 —
1548.
liuiksclio twisten.
Dusent ccc sl ende acht.
Die biseop ï teghen Ludiek vacht;
Tot TJiorines op Haspegouwen,
Moehtraen den hartoch van Gelder 2 scouwen.
Die daer menighen Ludiker versloecl^
Daer Brabant harde zeer om loeeh.
1 Engelbert van der Mark , die, door Dirk van Reinsberg met liet
graafschap Loon le beleenen, de geestelijken van bee kapittel en, op bun
aanstoken, de Luikenaars tegen zich verbitterd bad. Na een voor hem
noodlottig gevecht, in 1346, en bij de toenemende stoutheid zijner tegen-
standers, riep hij den hertog van Brabant te hulp.
2 De vijftienjarige Reinout 111, sedert 1 July 1347 gehuwd met Maria
van Brabant, en den dag voor den slag (20 July) door zijn schoonvader
lot ridder geslagen.
1349.
Elders:
De geeseltochten.
Nu slaet u seer Doer Christi eer,
Door God soe laet die sonden meer.
Slaet u sere. Tot Christi ecre,
Om Godf den Heere, Laet die sonden tallen keere.
[Int iaer ons Heren xiiic ende xlix, doe so reesser up,
int beghinsel van Wedemaent, eene secte van voleke, quam
huyt Almaengiën ende huyt Brabant. Deze broeders ont-
eleeden hem up die straten al naect, eude gheesselden hem-
lieden selven up haren schouderen, met gheesselen, tottcn
bloede toe.----Maar eindclick die paeus dede
dese cruee-broeders te nieten, ende verwietse, ende voirt
alle die hem volchden ende aenclcefden. (Excell. Chron. vau
VL {O. kü, en Kr. v, Vi. biadz. 221).]