Boekgegevens
Titel: Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Auteur: Vloten, J. van
Uitgave: Amsterdam: Schadd, 1864
Nieuwe uitg; 1e uitg.: 1852
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, 113: NED 398.87
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205857
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 279 —
Op S. Authonis dach vermeit,
Soud' hy monsteren en gheven ghelt, Duck enz.
Zijn hart was tot den Prince ghestelt. Come ung Poltron.
tGeschiede aende Kipdorp-poort,
Daer hebben sy oock de wacht vermoort, Duck enz.
Ville guigné wert daer ghehoort, Vanden Poltron.
Sevcnthien vaendelen volcx met namen,
En vier eornetten peerden tsamen Van d'Al. enz.
Tot aende Wijngaertbrug sy quamen. De Treters Laron.
Doe seliiede daer een groote moort,
ViUe gaigné wert daer ghehoort. Van enz.
Vive la messe. Tue, aoo voort, Sprack den Poltron.
De Hughenoots springen inde vest;
De voghels verlaten haren nest, Sprack enz.
Die kans verkeerde op het lest. Vanden Poltron.
De borgers weerden haer cloeck als mans,
Zy leerden te recht verstaen het frans. Van enz.
Rochepot, Biron, verliepen de kans, De Treters Laron.
Daer bleeffer vijfthien hondert doot,
Met de edelen cleyn en groot. Van enz.
Zijn Hooeheyt wasser selff m noot, Den Treter Laron,
Zy moesten voort al met ghewelt.
Tot Berchem was het pover ghestelt. Met enz.
Daer at hy rapen van het velt ^, Den Treter Laron.
Gheeft God de eere, vroech en laet,
Die inder noot zijn volck bystaet. Met enz.
Hout int ghedacht het snoo verraet. Vanden Poltron.
1 yetz, deNederUonderfïlips IL bM84 aant.l.
Anjoas Aftocht.
Si j'avoïs la faconde De sçavoir raconter.
Et dire à tout le monde La grand nécessite
Qui est en ceste fois Sur nous pauvres Erauçois!
Il y a en ceste armée Tant de braves soldats
Qu'endurent et pâtissent Pour Messieurs des Estats,.
Ni n'oseront chanter Leur grand nécessité.