Boekgegevens
Titel: Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Auteur: Vloten, J. van
Uitgave: Amsterdam: Schadd, 1864
Nieuwe uitg; 1e uitg.: 1852
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, 113: NED 398.87
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205857
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Vorige scan Volgende scanScanned page
- 277
Vsor de zielen, naerl decretacls confesse.
Zonder meer te roupen met grootter sommen: ViUe, enz.
Zeer naer een jaer hebdy hier ligghen vermotten.
Het balleken doen botten, gheen vianden vercleent.
En als u quamen claghen goede patriotten.
Die Het ghy ghaen trotten, met troost onghemeent
Zegghende: hebt patience; ma grand' troupe vient.
'tls waer ghy en spraect noynt waerder woordt:
Haer toecompste werdt noch van weduwen en weezen beweent.
Want zy tHantwerjen meenden te doene een leelickc moort.
Was dat uwen eedt, docn ghy ons quaempt anboort.
En wy u ontfinghen als een hertoghe gheeert?
tEn is niet te verantwoorden. Maer hoordt,
Wildy dat uwen goeden naeme wederkeert,
Justicieert zulcke raetslieden, u qualick gheleert,
En dat ghy als een jonck vorst zijt bedrogen.
Bekent uwe faulte, npdat uwen lof vermeert.
Ghy wenscht weder de herten n afghetogen?
Maer hebdy zulex uyt uwcs moeders borst ghezoghen?
Zoo is te vergheifs dees voorgaende Icsse;
Want ghy zou 'tu weder te roupen pooghen: Ville, enz.
Wy hebben u als een prineelick vorst anvecrt,
Inghehaelt zeer wcert, met veel jolijteu;
Maer wy hadden in het Troyaens peert.
Want met vuur en zweert wildet ghy ons verrijtcn.
Hebdy aen Joab gheleert dus cussende bijten?
Of heeft u Rahabeams jonghen raet ghepraempt?
Of zocht ghy als Achab u singulier profijten?
Spreekt uyt u herte, of ghy blijft beschaempt. (naempt.
D'éene huere waerdy een hertoghe, d'ander huere moorder vcr-
t'Is claghelick zydy verleyt; maer hebdijts schuit.
Zoo macht u spijten dat ghy tHantwerpen oynt quaempt;
Want den put, die ghy ons grouft, heeft u volck ghevult;
Den gheveinsden hynckaert bleef oock in tumult;
Dacr en was int dootslaen noch begraven gheen faveur.
Misricorde creech vaste slaghen up den bult.
Dies wiert de loose: o Monsieur, Monsieur,
Misricorde! — ghy waert in ghetreur;
En tt volck met menighe ghccuste duuccessc.