Boekgegevens
Titel: Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Auteur: Vloten, J. van
Uitgave: Amsterdam: Schadd, 1864
Nieuwe uitg; 1e uitg.: 1852
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, 113: NED 398.87
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205857
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 276 —
Ende en roupt niet meer tHantwerpen so bauwe: Fille, enz.
Ville gaigné, riept ghy,'men zalt ghedynken.
Met tzweert ai blyneken, om ons volek an te vneren.
Die ons zouden moorden, de vrauwen verdryncken,
Zach men u volek wyneken, boos van natueren.
Ziet, riep ghy, teanaiile sprinet over dc mueren:
Ville gaignié, want, met loose listen.
Hadter ghy vijf duysent, vul van errucren
In busquade, daer gheen boorghers af en wisten;
En tgheweire was in u hof, vul tonnen en kisten,
Voor bagaigie ghebrocht, omme ons volck te vernielen.
Maer de canssc iep verdraeyt, daer ghy Heden luttel op ghisten;
Want de moorders spouwen selfs meerst al haer zielen.
Eu ghy, Monsieur i, bedenekende u misdaet, liet zien u hielen,
Vreezende tgheschut te sterck was in Godts hant.
Ghy meendet rijcke te maeeken uwe fransche fielen,
Maer zy roofden te vrouch, te laete stichten zy brant.
Dacht ghy ecn nieu Vranckrijck te maeeken van tlaut,
Ende uwe moeder 2 dacrinne te stellen als voghdesse?
Kiep daeromme u volck ende ghy, als een thyrant, Ville, enz.
Zes daeghen te vooren heilt u volck, 't is blijckehck,
Ghezocht practijckclick baghen, coppen, en schaelen,
By alle juweliers, cn ghesteenten rijckelick,
Die zy ghelijckehck tsmaendaechs zouden haclen
Zonder Godtspennynck, maer met moorden soudyse betaelen.
Zulcx was de meenynghe, 't exploot van de spele,
tSchreyen der vrauwen, tsmcecken onser quaelen.
En zou 'tghebaet hebben int afsteken der kele?
Maer neen, 'tis beter dat wy uwer veele
Up straet ontblooten; al achte ghy ons onsterck;
Drie hondert slougher xv<:, ten was niet te veele;,
Zy mochter meer ghedoot hebben int pcrck.
Maer twas ghenouch om te begraven int bollewerck.
Alst u belieft, mueght ghyse besoucken commen;
Maer niet up zuleker wijse, of ghy wert den zerck.
Compt devotich om een misse, met zwitsen trommen,
Heidensche wijse, anbidden de stommen,
1 Anjou. 2 Cath. de Medicis.