Boekgegevens
Titel: Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Auteur: Vloten, J. van
Uitgave: Amsterdam: Schadd, 1864
Nieuwe uitg; 1e uitg.: 1852
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, 113: NED 398.87
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205857
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 271 —
Met ooghcu zelve wel anschauwen,
Hoe dat haer dienaers verre en naer
Ons landen bryughen in benauwen;
En noch en werdet heur niet belet,
Heur quade Jboose affairen,
Gheen steden en doet men meer ontset;
Maer elck moet hem zeiven weeren.
Eick wie hem met justitie moeyt.
Provoosten ofte capiteinen,
Als elck heeft zynen voet gheschoeyt.
Dan zijn 'tal nobel greyuen.
De soldaten, die ziet men in elck termijn.
Om betalinghe dat zy loopen;
De capiteins dryncken met 'tghelt den wijn.
En den lantsman moet becoopeu.
Nu can elc zien voor ooghen bloot,
Hoe alle steden zijn verlaten;
Want Doornicke dat was in grooten noot.
Deur due de Parmens potestaten:
Niemant en dede heur assistent,
"Wilt dit in 't herte prenten.
Och, zy moesten maken apoinctement',
Tcghen die Malcontenten!
Eick lieeft hier wel zijn borse ghevult;
Maer Vlacnderlandt tot clcender baten,
Eick hoort men zegghen: „le en hebt gheen schuit!"
Al willen zy 't rooven noch niet laten.
Och! hoe menich zijnder uu alzo stout.
Die noch stoore en zeere stampen.
Die hebben ecn opel-vereken in 'tzout.
En daermê willen sy gaen schampen.
Die de steden regieren van Vlaender zoet,
Die ziet men nu vervaerde bouven,
Qualiek zouden zy 'tvolck geven moet,
Zy willen se betere bedrouven;
Gaut, zeiver, juweelen, ghelt, ende schat,
Zy vluchten uten lande.
I Doornik was op Sint Andries 1581 den vijand in Landen gevallen.