Boekgegevens
Titel: Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Auteur: Vloten, J. van
Uitgave: Amsterdam: Schadd, 1864
Nieuwe uitg; 1e uitg.: 1852
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, 113: NED 398.87
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205857
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 51 —
J)it ract u Willem souder spareu.
Van llildegaersbereh; wildijt versinnen,
Soe moeehdi hemelrije gliewinnen.
[„Int jaer ons lieeren mccc ende U, soe resen ij partien
in ilollant, daer den gemeenlande groet ongeval of co-
men is. Die een i)artie noemtmen die Hoek, daer die
overste of waren: die Heer van Breeroe, die Heeren van
der Lecke, die van Binehorst, ende anders veel ridderen
ende knechten. Die ander partye die noemt men die Ca-
beliaus, daer die overste of waren: die Heer van Arckel,
die Heer van Egmonde, Heer Gheerart van Eemskereke,
ende andere vele ridderen ende knechten. Dese partyen
stiehtedcn in HoUant roef ende brant, ende vinghen ende
sloeghen die een den anderen, dat daervoren in Hollant
noyt en ghesciede. Die Cabbeliaus ontboden heymelie har-
tocch Willem; ende quam al heymelieken in Hollant, ende
wart gehult ende ontfanghen van den steden van Hollant.
Ende als die lloex-partyen dat sagheu, besettcn sy haer
easteelen ende voeren van rouwen toter keyserinnen Marga-
rieten; ende elaechden haren noot. Die Cabbeliaus droghen
overeen mitten steden van Hollant, ende besäten die Hoecse
casteden ende wonnense, in éeuen jarc xvij, ende worpense
alle neder. Die keyserinne, dit vernemende, was seertoor-
nieh ende ontboot hartoech Willem met toornen moede,
wat hij hem onderwant haer heerlicheit? Die sone ontboot
weder, dat die heerlicheit syne ware, ende dat sy se hem
overgegeven hadde met liande, met monde, met brieve,
ende met zeghel. Daer quamt alsoe verre, dat die moeder
ende tkint malcanderen daer besceyden te striden......
{Kort Chronijkjen van, Hollant).
\ Iu Mei vau dat jaar namelijk, verklaarde Willem de hoeksche,
.nan zijne moeder verkleefde, edelen voor vijanden, die hij, met ver-
beurdverklaring hunner goederen , uit het vaderland verbande. Sedert 134 »
Verhelder dezer landen, had Ijem zijne moeder, door de haar vijandige
voornemens van keizer Karei IV gedrongen, <ip Trij drukkende, ouheze-
geld gebleven , voorwaarden (zie de Jonge, Verh. en ouuitgeg. stukken,
I. 25 vv."» drie jaren later haar volkomen beheer afgestaan, aan welke
lilj echter, door de haar vijandige partij van den adel, den nood
der lijden, en den aard der gunst l>ewogen , niet voldeed; waarop zij
van haren kant het geheele afstands-hedrijf als niet gedaan beschouwde ,
en , ook het Verbeiderschap herroepende, zelve de teugels vau het be-
wind in handen uam. „Dus quam in Hollant dat eerste kiyen."