Boekgegevens
Titel: Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Auteur: Vloten, J. van
Uitgave: Amsterdam: Schadd, 1864
Nieuwe uitg; 1e uitg.: 1852
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, 113: NED 398.87
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205857
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 260 —
Die gliy altsanien hebt versl^ïoten.
En hielt met 's prineen bontghenooten.
Ned. Duekdalf, dat was een ouden boef.
Die niet en quam tot ons behoef,
Hy was soo vol van onghenaden.
Met bloed kond' hy hem niet versaden.
Con. Wat doeht u dan van don Lowies,
Was die niet ws conincks commies.
Van my ghesonden in dees landen?
Maer gaeft u niet in zijnen handen.
Ned. Zijn leven oock cn was niet reyn,
God nam hem weeh wt d' acrtschen pleyn,
Hy was oock bitter ende nydich.
Op ons arm volck oock seer partydidi.
Con. Ghy zijt wel weert wat u ghesclüet.
Dat ghy u niet wel en bcriet.
Doen ick u sant ander vasallen,
Daer ghy afhielt oock niet met allen,
Ned. Don Jan, die hebben wy outfaen,
Maer had een sehaepsvel aenghedaen.
En doe hy ons begon te wicghen,
Sachmen dat hy ons wou bedrieghen.
Con, Millos diablos moeten saen,
U wech-voeren wt deser bacn;
Daerom salt uwe prins becoopen.
De doot sal hem hacst ovcrloopen.
Ned. Ons prins en is maer eenen man.
Veel helpen hy ons niet en kan,
Maer soo ghy hem brenght om het leven,
Dacr sal noch menich pacp om sneven.
Con. Zoo menich st«-, siet, alsser staet.
Zoo menich ruyfer en soldaet
Sal ick int landt hier nedcrsiuden.
Om u altsamen te verslinden.
Ned. O coninek, ghy lastert den Heer,
Waut ghy en hebt doch gheen maclit mcer.
Dan u van Godt cn is ghcghcven.
Die u voor ons noch sal doen beven.