Boekgegevens
Titel: Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Auteur: Vloten, J. van
Uitgave: Amsterdam: Schadd, 1864
Nieuwe uitg; 1e uitg.: 1852
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, 113: NED 398.87
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205857
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 50 —
Daer die heer wat au mach wiaaen.
Dat sal die schalke thans versinnen,
Soe dattet niet en blive verholen;
Mer edelheit die laet men dolen.
Achterstraten in den slijek.
Hecht min noch meer in dierghelijc,
Üfse nyemant en wilde ontfaen;
Mar die doeren sijn wyde ontdaen,
Jeghen den penninc, daer veel olF coemt
Die plaghe, die ic nu heb ghenoemt;
Want wye den penninc meest mach ghcveu.
Die wort te hove thants verheven;
Als dan tghelt beghint te smalen,
Soo sietmer sommighe nederdalen
Vanden hoghen in dat laghe.
Dit moechdi mercken alle daghe;
Hierom soudi sijn ecndraehtich;
Groote heren, ende maehtich.
Als sy verzoenen so ist ghedaen;
Hier in soe moehti wijsheit verstaen:
Woudijt selve wel bevroeden,
Glii en soudt malcander niet ontgoeden.
Mar leven in eendrachtichcden;
Soe moeht opt lant ende in den steden,
Menich mensch hcm zeer verbilden,
Ende laten hoverdc, lallen tyden.
Nederdalen onder voet;
Want God, die anden eruce stoet,
Die heeft hoveerde zeer verwaten,
Hieromme moehtmeut gheerne laten;
Woud elck mensch hem te voren bedencken.
Die nu malcander zere erencken.
Si souden leven in oetmoede.
Ay! God, Heer, der Heren roede.
Die moet hem onnen noch den sin,
Dat elck moet dienen, om ghewin
A''an hem te criglien, diet al vermach;
Soe moghen wy optcn lesten dach,
Blydelic van hene varen.